Interview met Jan Beerenhout

Beste Jan, jij bent lange tijd , bijna 20 jaar, voorpostambtenaar in de Indische Buurt geweest. Bedankt dat ik je mag interviewen. Kun je iets over jouw Voorpost vertellen?

In 1970 ontstond het idee van de voorpostambtenaar. Onze voorpost was een gebouwtje voor de Ambachtschool aan het Timorplein van ongeveer 140 m2, best een grote ruimte voor 1 ambtenaar. De voorposten werden ingericht na de instorting van een gebouw in de Vijzelstraat. De gemeente kwam er achter dat ze maar slecht op de hoogte was van wat er zich in de buurten allemaal afspeelde. De CPN bood trouwens grote tegenstand tegen de Voorposten, omdat ze de indruk hadden dat ze zelf in de buurten vertegenwoordigden. .

In het begin waren de Dapperbuurt en de Indische Buurt 1 voorpostgebied. Later werd dat gesplitst. Ik heb zelf mijn opvolger in de Dapperbuurt opgeleid en toen ben ik in de Indische Buurt gaan zitten; daar hoorde trouwens ook het Oostelijk Havengebied bij, inclusief het water. Dat werd dan weer wel beheerd door de politie te water in Lelystad, maar het hoorde tot de gemeente Amsterdam. Er werkten een paar honderd gemeente- provincie- en waterschapsambtenaren voor de Indische Buurt en die gebruikten de voorpost allemaal wel eens als kantoor. Het was een mooie tijd en lang voordat het onzalige idee opkwam om Stadsdelen op te richten.

We hadden in die tijd het probleem dat het nieuwste deel van de Indische Buurt aan het instorten was. Die nieuwe Indische Buurt, zo’n ¾ deel, dat was een product van de crisistijd en de huizen zakten simpelweg door hun fundamenten. Daardoor kwam acuut de stadsvernieuwing op gang. Zo hebben we in een jaar of 10 of 15 per jaar zo’n 500 woningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Of door renovatie. Want er werd ook veel hersteld. Dankzij de erfpacht kon dit op een hoog tempo. Grootschalig kraken had je nog niet.

Al die bouwblokken hebben nummers. Als je ze ging slopen was er nog geen systeem voor tijdelijke verhuur. Woningen konden lang leeg staan voordat ze gesloopt worden. Daarom is op een gegeven moment de tijdelijke verhuur uitgevonden. Veel bewoners van de Indische Buurt vertrokken in die tijd naar Banne Buiksloot, Amsterdam Noord, Hoorn etc.

Als je het trouwens in detail wilt weten: mijn archief ligt opgeslagen in het Amsterdams Stadsarchief.

Wat waren exact je werkzaamheden?

Ik kan het het beste zo zeggen: ik wist van heel veel dingen iets, en van niets veel. Mijn taak was vooral zaken aan elkaar te knopen, dingen te regelen. Zo kregen bewoners bijvoorbeeld via mij berichten van de Gemeente. En er was natuurlijk ook de ambtelijke projectgroep Indische Buurt. Die bestond uit zo’n 30 gemandateerde ambtenaren uit allerlei verschillende diensten die allemaal met de Indische Buurt te maken hadden. Die hadden dan de taak om via overleg met de buurt oplossingen voor de problemen te zoeken.

We hadden ook een samenwerking met het Wijkcentrum Indische Buurt. In het begin [vlak na de oorlog, red.] was het wijkcentrum voortgekomen uit de burenhulp in de Tweede Wereldoorlog, een trompettersvereniging, allerlei ontspanningsverenigingen, etc. Die stemden samen de zaken op elkaar af. Ze gebruikten het Bavohuis vanb de toenmalige Gem. Dienst Verenigingsgebouwen. Daarnaast was het Wijkcentrum. Alle verenigingen van de Indische Buurt troffen elkaar daar. Ze hadden ook een gezamenlijk bestuur via het Wijkcentrum. Dat was de beheerscommissie Bavohuis. Het wijkcentrum werd later het Wijkopbouworgaan en verhuisde naar het zusterhuis rond de Gerardus Majella-kerk en toen kregen ze wat ondersteuning voor activiteiten. Eerst een betaalde administrateur en daarna de wijkopbouwwerkers die zich weer activistisch in een Buurthuis organiseerden.

In die tijd streefden de ambtenaren ernaar om in ieder te slopen bouwblok een bewonerscommissie in te stellen. Er waren dus veel bewonerscommissies. Omdat we werkten op basis van erfpacht, ik zei het al, ging alles vrij geruisloos. Samen met de ambtelijke projectgroep ontwikkelde je nieuwbouwplannen en herinrichtingsplannen en dergelijke. Particulieren konden onteigend worden vanwege volkshuisvesting. Lang niet alle bewoners wilden terugkomen; die werden gefaciliteerd. De vuistregel was: 500 woningen slopen en 350 terugbouwen. Van die 150 gingen er natuurlijk een paar dood, maar de meesten vertrokken liever naar Purmerend, Hoorn of zoiets. Of wachtten op hun terugkeer in wisselwoningen

Want natuurlijk waren er ook veel mensen die terug wilden. Daarvoor werd in die tijd het Bouwen voor de Buurt uitgevonden. Architectonisch gebeurde er weinig bijzonders. De bewoners van de sloopomgeving zochten over het algemeen nieuwbouw. Wat we bijvoorbeeld deden was een woningplattegrond ontwikkelen voor nieuw te bouwen woningen. In de Zuiderkerk hadden we toen het ROL het ruimtelijk ontwikkelingslaboratorium. Dan liep je met enorme legoblokken  als muren te slepen, ijskasten te verkassen… Dan hadden we opeens weer een idee: we gaan voor buitenlanders die in de Indische Buurt komen wonen buitenlandse woningen inrichten. Dan was je daar weer mee bezig, om die woning in te richten.

Heb je in jouw tijd veel ondersteuning gegeven aan buitenlandse arbeiders die in de buurt kwamen te wonen?

Ja, ik heb daar nogal een geschiedenis in. Ik heb namelijk tussen 1962 en 1972 Turkse en Marokkaanse gastarbeiders a.h.w. geimporteerd. Ik was betrokken bij werving, selectie, opvang en begeleiding. De eerste groep die arriveerden waren trouwens de Spanjaarden. Daar waren weinig problemen mee, omdat die zich in de katholieke kerken goed thuisvoelden.

In 1962 haalde ik de eerste Turkse gastarbeiders naar Nederland, en een paar jaar later de eerste Marokkanen, dat waren Berbers. Ik hoorde dat je vorige week Ahmed Marcouch hebt geinterviewd? Die heb ik nog opgeleid.

Ahmed heeft er moeite mee om toe te geven dat er mogelijk een erfelijk probleem aanwezig is bij de Berbers. We hebben destijds de stichting Al Amal (de Hoop) opgericht in de Indische Buurt. Daar namen allerlei soorten mensen aan deel: professoren, politiemensen enzo.

Het probleem met de Marokkanen was toen, dat er nauwelijks geslaagde of geschikte sollicitanten voor de politie waren, omdat je tot in de derde graad geen antecedenten mag hebben. Maar veel Marokkanen hadden familie die in de drugs zit. Bovendien werden Marokkaanse agenten ook nog eens als landverraders beschouwd. En dan had je nog de Marokkaanse overheid die invloed wilde uitoefenen zodat de mensen geld naar huis stuurden.

Kijk, al een jaar of 15 wordt er aan de VU onderzoek gedaan naar de vraag waarom Volendammers nou succesvoller zijn dan Edammers. Waarom is dat? Dat heeft ermee te maken dat Volendam een katholieke enclave is in protestants Noord-Holland. Die moesten veel inventiever zijn, en dus de zee op. Zo zit het ook bij de Marokkanen. Je hebt de Arabieren en de Berbers. Bij de Stichting Al Amal zijn we ons op een gegeven moment gaan afvragen waarom er elk jaar weer miljoenen besteed moeten worden aan preventie en repressie van Marokkaanse boefjes. En dat komt gewoon omdat ieder generatie weer in de voetsporen van de vorige treedt. In die zin zijn Berbers dus anders dan de Marokkaanse Arabieren. De Kabilen hebben zich nooit onderworpen aan wat voor gezag dan ook: Frans, Spaans of Arabisch. De koning was blij dat hij er vanaf was.

Wat moesten we daar nu mee? Moesten we tot discriminatie overgaan? Gelijke behandeling in de Indische Buurt: dat schiet niet op. Maar! Iedereen moet gelijk behandeld worden onder gelijke omstandigheden. Maar de omstandigheden, die zijn nooit gelijk! Dus bestaat er een wijze keuze van bijvoorbeeld een Jan Beerenhout om te discrimineren.

Relus ter Beek zag dat ook in. We hebben een paar proeven genomen toen. Het beste zou zijn om weer de militaire dienstplicht in te voeren. Je moet die jongens uit hun woonomgeving en hun familieverband halen, zodat de negatieve spiraal niet de hele tijd wordt bevestigd. Dat is de beste aanpak.

Ik heb begrepen dat je vooral veel zaken met de Turken hebt gedaan.

Ja, de Turken zijn van veel grotere invloed geweest in de Indische Buurt. Ik heb zeven jaar a.h.w. in Turkije gewoond toen ik o.a. met de werving en selectie van gastarbeiders bezig was. Die Erdogan is bijvoorbeeld enorm Turks bezig. Wij kunnen dit soort onderhandelen niet aan. We stinken erin. De Turken hebben een heleboel goede dingen voor de Indische Buurt gedaan. De Turken hebben een pseudo-religie: het Turk zijn. Turken vinden andere volken minder. Voor hen is en blijft Turkije het referentieland.

Voor de Marokkanen is Marokko alleen nog maar een vakantieland. Hun sociaal gedrag wordt nauwelijks meer bepaald door wat in Marokko gebeurt. Maar de Turken in de Indische Buurt zijn nog steeds een min of meer gesloten gemeenschap met grote sociale controle. Marokkanen hebben dat niet. Dat scheurt alle kanten op. Het aantal gemengde huwelijken tussen ex-Marokkanen en anderen neemt toe. Bij Turken heb je dat niet.

Toch heb ik de indruk dat vooral de Nasr Moskee echt een punt van eenheid is in de Marokkaanse Indische Buurt.

De zogenaamde ‘eenheid’ van de Nasr Moskee: daar hebben we juist niets aan. Dat is een bewuste sociale controle. Met de gezinshereniging is het misgegaan. Het integreren met behoud van eigen cultuur was een totaal foute insteek. Dat gaat niet. Als ik ervoor zou moeten zorgen dat de 34 moskeeen in Amsterdam echt zouden functioneren, dan zou ik het Nederlands verplicht stellen. We zijn te lief en vooral niet helder geweest, wat immigratie betekent. Dus die moskees, zonder eisen, was een totaal verkeerd signaal. En ook dat onderwijs in eigen taal.

Hoe moet dat dan verder volgens jou?

Bij alle groepen die in Amsterdam in de loop der eeuwen zijn aangewaaid, zijn er praktisch geen die niet op den duur geintegreerd raakten. Behalve – hard gezegd – de Joden, maar die zijn dan ook uitgemoord.

Zou het mogelijk kunnen zijn een soort gemeenschappen met eigen rechten te vormen, zoals bijvoorbeeld de millets van het Ottomaanse Rijk?

Reservaten? Dat is bij ons niet meer mogelijk. Het zijn  teveel ‘soorten’ immigrantgen. Getal speelt bij deze discussie trouwens niet echt een rol. Maar 2 % van de Nederlandse bevolking heeft tegenwoordig Marokkaanse roots. Dus: 98% niet. Het punt is dat de traditionele islam simpelweg niet compatible is met de democratie. Daarom hebben we een modern polder-islam nodig. We moeten dat oude islamitische gedrag van elders niet cultiveren.

Jan, ik weet dat jij jezelf een modern moslim noemt, dus jij hebt bepaalde ideeen voor een moderne islam. Hoe zie je dat in verhouding met bijvoorbeeld de Sharia? Schaft de moderne islam die af?

Ik denk dat er een westerse islam moet komen. Ik heb veel contact met traditionele moslims. Die willen met rust gelaten worden en in een klein  comité hun dingetje doen. Ze denken dat ze een goed moslim zijn als ze zich hier net zo gedragen als in Turkije of in Marokko. Maar daar is een prijs, een rekening aan verbonden. En die mag je niet op het bord van de gemeenschap laten.

We hebben een koranstudiegroep die eens per maand bij elkaar komt. Wat betreft jouw vraag over de Sharia… De Sharia is alleen toepasbaar onder stringente voorwaarden. En die voorwaarden zijn in Nederland niet realiseerbaar.

De moslims zullen moeten gaan seculariseren. Het is aan Turken en Marokkanen nooit voldoende duidelijk gemaakt dat hun heilige huisjes in Nederland niet heilig zijn. In Nederland mag je alles doen wat je wilt, als iemand anders er maar geen last van heeft. Je hoeft in Nederland niet met de Fiqh [islamitische jurisprudentie, red.] aan te komen. Dit is niet Dar as Islam.

Er zijn wel steeds meer Marokkanen die in Nederland een geslaagde carriere opbouwen, beroemd worden…

Ja, de geslaagde Marokkanen: Ali B., Ahmed Marcouch, Badr Hari. Het probleem is dat geslaagde Marokkanen niets meer met de rest van de Marokkanen te maken willen hebben. En die gezinnen zijn er zeker.  Hoe komt dat? Om te beginnen moet de schotel van de gevel. Verder geen of weinig contact met andere Marokkanen. En een rolmodel. Ahmed Marcouch had een goede vader. Aboutaleb had een goede leraar die hem optrok.

Marcouch heeft wel gebroken met zijn eerste gezin, en ook haast gebroken met de Marokkaanse wereld. Hij werd erg geconfronteerd met inconsequenties van de Marokkaanse achterban. Wanneer je je uitsluitend richt op onrecht in Palestina wordt het niets.

Nog even terugkomend op ons project: toen de krijgsmacht erg inkromp, hebben we met Relus ter Beek, en wijkagenten uit Amsterdam, Groningen en Arnhem een plan gemaakt om iets te doen met de overcapaciteit aan militaire opleidingsplaatsen etc. Dat was bedoeld om boefjes een kans te geven. De Kans 1, en De Kans 2. Wijkagenten kregen daarbij de opdracht om 30 boefjes te selecteren uit de licht criminele groep. Die kregen dan een keuze: of een vakopleiding in het Nederlands leger, of je wordt opgepakt. Die jongens gingen over het algemeen wel mee. Ze werden daar dan in de krijgsmacht ingesloten en daar was dan een echte carrière kolonel, en die keek dan naar die 360 boefjes. Die zei: ‘Ik heb bevel gekregen om van jullie chauffeur te maken, en dat doen ik dus. We hebben hier maar een doel: rijbewijs halen, tot en met vrachtwagenchauffeur aan toe. En we gaan net zolang door tot jullie het halen.’ Die jongens werden ook gemengd met Nederlandse soldaten.

En hoe liep dat af?

Hoe liep het af met die jongens? Nou, in principe was het een succes. Maar jammer genoeg moest Stichting Al Amal niet lang daarna opgeheven worden. Er werd geen categorale subsidie meer gegeven. Maar de conclusie was wel duidelijk. Haal de jongens uit de omgeving die ze niet stimuleert. Ze zouden de militaire dienst voor die jongen weer moeten invoeren.

Ja, een drugshandelaar met een mooie auto: die doet het gewoon goed.  Dat is ook nog een carrierepad. Je krijgt er natuurlijk wel bende oorlogen van. Het is een maatschappelijk tekort. Maar je kan ook zeggen: je bent gewoon een succesvol ondernemer. In Marokko zou je dat zijn.

Fatima Elatik is ook een succesvolle Marokkaanse. Die moet steeds zo nodig zeggen dat ze moslim is gebleven. Maar alle Blijf van mijn Lijfhuizen zitten vol met Turkse en Marokkaanse meisjes  die in elkaar geslagen worden omdat ze met een niet-moslim omgaan. Nee, mensen die een gewoon leven leiden willen er niets meer mee te maken hebben.

Rogier Schravendeel

EERDERE ARTIKELEN

2016 Interview met Rob van Veelen
2016 Interview met Abdou el Khatabbi
2016 Interview met Ahmed El Mesri
2016 Interview met Mustapha Khaddari 
2016 Interview met Gerard van Beusekom
2016 Interview met Ahmed Marcouch 
2016 Interview met Jan Beerenhout
2016 Boeken in de Javastraat
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s