De Indische Buurt in Amsterdam Oost

Venters zien geen uitweg

Advertenties

Op 4 februari 1929 wordt te Amsterdam de Algemeene Ventersbond opgericht. Tot dat moment zijn de venters nog niet goed georganiseerd. Wel is sinds 1924 de Algemeene Bond van Kleinhandelaars actief en is er enige organisatie bij de lompenhandelaars en de visventers. Ook is er de marginale Amsterdamsche Ventersbond, de Centrale Bond van Kleinhandelaren en zijn tevens enige handelaars aangesloten bij de marktbond Mercurius. Tot een grootschalige vakbondsorganisatie voor straatventers in het algemeen is het echter nog niet gekomen. Het totaal aantal venters is in de jaren sinds 1916 echter enorm gegroeid: van 1.000 naar 3.000 (1924) naar ca. 10.000 man.

De Algemeene Ventersbond houdt op 21 februari 1929 haar eerste vergadering in gebouw Harmonie aan de Rozengracht, waarbij de ca. 100 aanwezige venters luisteren naar toespraken van bestuursleden (Chris) Beemdeluet en (Sam) Presser, woonachtig in de Niasstraat (ook secretaris B. Worms woont in de Niasstraat; de buurt rond het Makassarplein kent veel venters; in totaal wonen er volgens onderzoek van Huberts rond 1938 ca. 129 venters in de Indische Buurt). Volgens de sprekers is er, mede vanwege de strenge winter, een noodtoestand ontstaan.

Doch ook het optreden van de politie, al dan niet in direct verband met te streng of onpractisch geachte ventverboden (bijv. verbod om luidkeels in de Kalverstraat te venten van 8 u. ‘s morgens), de hooge geldboeten, die worden opgelegd, de machtspositie van de georganiseerde winkeliers, de invloed van klagende straatbewoners, en ten slotte niet het minst de houding van het Burgerlijk Armbestuur ten opzichte van het venten […] vormden zoovele punten van beklag.

Er zijn veel te veel venters, aldus de Algemeene Ventersbond, die streeft naar regulering door het sluiten van het beroep, d.w.z. het vaststellen van een maximum aantal gereguleerde venters. Voorzitter Sam Presser, een S.D.A.P.-er, is al langer actief in het organiseren van de straathandel. Zo was hij al (eerste) voorzitter van de in 1923 vanuit de S.D.A.P. opgerichte Centrale Bond van Kleinhandelaren (welke in 1925 alweer werd opgeheven) en vervulde eerder al een bestuursfunctie in de Amsterdamse Lompenventersvereniging (vanaf ca. 1920; ook deze vereniging was een kort bestaan beschoren).

Eén van de eerste acties van de nieuw opgerichte Algemeene Ventersbond is een verzoek aan de Amsterdamse gemeenteraad om het bestaande ventverbod voor de Javastraat en de Sumatrastraat op te heffen. Inmiddels drijft een de schrijver van de Amsterdamse Brieven in het Soerabajasch Dagblad, die blijkbaar aanwezig is geweest bij de oprichting van de Algemeene Ventersbond, op luimige wijze ernstig de spot met de bijeenkomst.

Daar heb je, daarop wensch ik allereerst te wijzen, het “venters-vraagstuk”. In geen enkele vaderlandsche stad is het aantal venters, oftewel straatverkoopers, zoo groot als in de “Capitale” aan IJ en Amstel; aan den oostelijken Amsteloever met de sterke Joodsche bevolking zijn er het meest. Het venterscorps vormt een soort van arbeidsreserve voor de Joodsche werkers [per 31 december 1928 blijkt bij een gemeentelijke enquette 31,6% van de Amsterdamse venters van Joodse afkomst te zijn, tegenover 10,1 % van de totale Amsterdamse bevolking – Red.]. Als de toestand in de diamant-industrie te wenschen laat en werkloosheid de gelederen der diamantaires teistert, kan men honderden hunner aantreffen “in den fruithandel”. Aangezien de valutaconcurrentie een belangrijk deel der industrie naar Antwerpen deed verhuizen en het ledental van den A.N.D.B. tot zesduizend is teruggebracht, zijn vele vaklieden bij het venten gebleven; zij schreeuwen des zomers met citroenen onder den “beleerenden kreet” voor de huismoeders: “Nou ken je limmenade make!”… Is er een concurrent in de buurt dan wordt er gevent met de philosophische spreuk: “Ka-ijk je kwoaliteit an!”… Bij de wisseling van het seizoen wordt andere koopwaar aan de man gebracht, want voor “sappelen”, om in het onderhoud voor hen en de hunnen te voorzien, deinzen de arbeiders uit Joodsche kringen, niet terug. De beroeps-straatkooplui houden zich meer aan de visch, de vodden en het “ongeregelds”, doch ook voor hen wordt, bij groote werkloosheid in de vakken, de spoeling dun.

Nademaal de sociaal-democraten onder de populatie van het oude volk vele aanhangers tellen, is van die zijde op de “anarchie” in het venterswezen zóó dikwijls de aandacht gevestigd, dat de wethouder voor het marktwezen de samenstelling van een commissie toezei. Het duurde niet lang, of de vraag werd gesteld, waarom er geen venter in was opgenomen, en het antwoord werd gegeven: omdat er geen ventersorganisatie bestaat!

Er is ook een Marktkoopliedenbond, die echter met de venters niets van doen heeft, omdat de bond dergelijke negocianten niet voor vól aanziet. De venters zouden dus zonder vertegenwoordiger in hunne commissie blijven. Ondanks al hunne armoe vonden velen dát een ramp. Zij doen aan de gemeentepolitiek. Er zijn er die twee of drie dagen lang, al naar den duur der raadszittingen, de raadsdebatten getrouw bijwonen. Het is geen zeldzaamheid als de soc.-dem. raadsfractie haar jaarlijksch verslag uitbrengt in een bijeenkomst voor anderhalf duizend menschen bezocht, dat zoo’n tribune-bezoeker opstaat en constateert: “dat Wibaut te veel de kapitalistische, te weinig de arbeidersbelangen tijdens zijn wthouderschap behartigde!” Een aantal deze menschen krijgen, behalve dagenlang een soort van politieke opvoeding. Eén dezer had in den Raad gehoord, dat wethouder Boissevain betoogde, dat er geen ventersorganisatie was. Met eenige vakgenooten overlegde hij voor het bijeenroepen van een ventersvergadering, die dan ook in het gebouw “Harmonie” werd gehouden. Daar is door den voorzitter, den trouwen raadstribune-klant meedegdeeld, dat reeds begin dezer maand was opgericht de Algemeene Ventersbond, dit enkel naar aanleiding der benoeming van die commissie door B. en W.

Op die bijeenkomst, door zoowat 150 menschen bezocht, bleken twee dingen: ten eerste, dat door de groote werkloosheid het venters-aantal met zevenduizend toenam en beperking door de overheid noodzakelijk was; ten tweede, dat de opgedane parlementaire ervaring op de raadstribune, slechts bij een enkele beklijfde. De nood van deze arme medeburgers is hoog gestegen, verre van mij, om u ten hunne koste te willen vermaken, doch op die vergadering was het “buitenstaanders” die ter bijeenkomst, dus dáár binnen waren, hoogst moeilijk, de lachspieren te bedwingen. Drie sprekers, vaste Prinsenhof-employés, waren aangekondigd, doch één van hen, Mark genoemd, was geschrapt van het tableau de troupe. De twee overigen Sam en Chris, de laatste een “goj”, zeg maar Christen, deden hun best, de voorzitter niet minder. Tusschen de bespreking der belangen van lompenhandelaren en uitventers van warme bieten in, werden groote politieke onderwerpen aangesneden en schreeuwden communistisch en sociaal-democratisch gezinde venters, tegen elkaar in.

Toen Sam en Chris hadden gesproken over de invaliditeitswet en het optreden van politie-agenten, de “bougeois-meerderheid” in den Raad en “het kapitalistisch gedoe” van het tegen-woordige college van B. en W., bulkte een communist: “Ik zeg het je, hooje! Die Wibautrebauwen ware niet beter!” De voorzitter, kalm tikkende met den hamer: “Dat is niet aan de orde!”… Desniettemin springt een vurig sociaal-democraat op een tafel en roept: Ze moette onze ouwe voorvechters niet beleidigen, voorzitter!… “Dat mag niet, die niet en niemand!”, leeraart de president, wat niet verhindert, dat een ander opmerkt: “Van polletiek motte we niks hebben in ons armoedje, weg met de polletiek!”, waarop weer een ander uitgalmt: “Bij me gesond, ‘t is een faksist!” De andere protesteert, de voorzitter hamert en kondigt aan: Vakgenooten, ordelijk, anders zal ik de tribune, (groote hilariteit) perdom, de zaal, laten ontruimen!” Weer komt dan de noodtoestand der venters aan de orde, niet lang, want Moos, die om onbekende redenen van de sprekerslijst is geschrapt, meldt zich voor debat, daarbij de beide inleiders beschuldigende haast niet tegen dit dagelijksch gemeentebestuur te zijn te keer gegaan. – “Dat wil ons langzaam laten wégsterven; wij moeten worden ingekrompen, zij geven ons der gifpil in!” De voorzitter beukt, roept: “Ontoelaatbaar Moos, bezig een ander woord, jij bent zoo kwaad niet!” Imitatie van den leider der raadsvergaderingen. – “Maij nemen jullie niet!” bulkt Moos, het gaat om onze boterham, wéét jij dat wel, met je hamertje!”… Dan komt de meerderheid van de vergadering in verzet vanwege het ongehoorde, om den voorzitter te hoonen; “d’er uit! ‘d’er uit!”… Ten slotte kon Moos blijven en kwam de “gijnstemming” er in toe de voorzitter heel handig – wat-ie van burgemeester De Vlugt heeft geleerd – opmerkte: “In een zaal zóó vol van schreeuwers, Telt één meer of minder niet!” – “Rech heit u!” kreet Moos, de béste venters zijn de grootste schreeuwers. – “Geen polletiek!” schreeuwde een neutrale. Al schreeuwende en gesticuleerende ging de vergadering uiteen, verdeeld op bijna álle punten, doch éénstemming op dit ééne: d’er mót één van het Ventersbond in de commissie, hoo je!”…

Presser wordt als bondsvertegenwoordiger in april 1929 inderdaad in de Amsterdamse raadsvergadering als lid van de onderzoekscommissie naar het straatventersvraagstuk gevraagd, samen met de heer I. Emmerik van de haringventersvereniging Eendracht en later de voorzitter van de marktbond Mercurius. De Algemeene Ventersbond, die vanaf in gebouw Casino aan het Waterlooplein vergadert, is in de eerste twee maanden van haar bestaan al naar 270 leden gegroeid. De noodzaak tot de gereguleerde vermindering van het aantal venters blijft volgens de bond inmiddels onverminderd bestaan. Daarnaast maakt de bond zich als eerder vermeld sterk voor het opheffen van het ventverbod in de Javastraat en de Sumatrastraat (Oosterpark, Plantage en Indische Buurt kennen een relatief groot aantal venter, in totaal 704 (13,1% van het totaal) volgens de enquette van 1929) en vergadert daartoe onder andere in De Tunnel, hoek Borneostraat/Celebesstraat en in het latere S.D.A.P.-gebouw De Schakel aan Borneostraat 4. Ook neemt de bond het op andere manieren op voor de belangen der venters, onder andere door een bericht in de Telegraaf tegen te spreken dat de Concertgebouwbuurt geplaagd zou worden door stelende venters.

Het aantal Amsterdamse venters groeit, mede door de inzettende crisis, nog steeds door en wordt eind 1929 inmiddels al op 11000 – 15.000 geschat. Ook de Algemeene Ventersbond groeit, voert acties en houdt vergaderingen, zoals bijvoorbeeld in mei 1930 over de onrustbarende toestand in het lompenbedrijf. De activiteiten van Presser in de raadscommissie ter bestudering van het ventersvraagstuk leiden er in de loop van 1930, toe dat de gemeenteraad er toe over gaat om in ieder geval een regulering voor het venterswezen te gaan instellen, zodat het aantal venters de komende twee jaar in ieder geval niet toe zal nemen. Presser gaat dat niet ver genoeg. Die wil een gedwongen beperking van het aantal venters. In een vergadering eind oktober 1930 houdt hij in gebouw Harmonie aan de Rozengracht een gloedvol betoog, waarin hij met name Maatschappelijke Steun verwijt de situatie eerder erger dan beter te maken, door het uitdelen van handgeld aan beginnende venters. Ook de venters zelf moeten zorgen dat de aanwas vermindert, door bijvoorbeeld hun kinderen aan te melden aan de Nijverheidschool A.B. Davids in de Valckenierstraat, in plaats van ze klaar te stomen voor de venterij.

Inmiddels komen de verkiezingen er aan en heeft de Amsterdamse C.P.H. lucht gekregen van de mogelijkheid de venters via een eigen communistische mantelorganisatie los te weken van de S.D.A.P.-gelieerde Algemeene Ventersbond. Zij begint zich op de vergaderingen van die bond steeds luidruchtiger te manifesteren. De regulering die ‘sociaal-fascist’ Presser nastreeft, dient er in werkelijkheid alleen maar toe om de arbeiders dieper in de ellende te helpen, aldus verslagen in communistisch dagblad De Tribune. Het gaat er juist om de vrijheid te bevechten te venten aan alle openbare wegen die er maar zijn, in gezamenlijke strijd tegen de bezittende klasse. Vooral partijgenoot Seegers, die ook in de Amsterdamse raad vertegenwoordigd is, roert zich danig. Het vergaderen wordt nu moeilijk voor de Algemeene Ventersbond, door de steeds optredende verstoringen. Hier komt echter al vrij spoedig een einde aan, door de oprichting in maart 1931 van de communistische Vereeniging van Venters Ons Belang.

De oprichting van deze parallelle bond leidt uiteraard tot een verzwakking van de Algemeene Ventersbond en vermoedelijk tot een behoorlijke afname van het aantal leden. De bond gaat in augustus 1931 over tot de uitgave van een eigen orgaan, De Venter geheten. In het eerste nummer komt voorzitter Presser uitgebreid aan het woord, die zich onder andere opwindt over “de verderfelijke communistische tactiek, om zich door het oprichten van zoogenaamde neutrale schijn-organisaties te omringen van menschen die de werkelijke bedoelingen van de z.g. leiders dezer organisaties niet dadelijk doorzien, maar later in strijd met hun werkelijke belangen voor communistische agitatie worden misbruikt.” In september 1931 wordt de Algemeene Ventersbond koninklijk goedgekeurd.

De nood der venters blijft echter stijgen. De crisis zet nu echt in. Op verzoek van de Algemeene Ventersbond komt de Dienst voor Maatschappelijke Steun tot het besluit de inmiddels uiterst armlastige lompenventers te gaan helpen met een wekelijks steunbedrag, waarbij het daarnaast toegestaan blijft om uit venten te gaan. Ter viering van dit daadwerkelijk succes van de bond wordt in december 1931 een feestvergadering gehouden in de Handwerkers Vriendenkring, die door de communisten echter danig verstoord wordt. Het aantal leden begint nu weer behoorlijk te groeien en Presser viert beleeft als held der venters zijn maanden van triomf.

Op maandag 18 april 1932 houdt de bond weer haar Jaarvergadering. De vereniging timmert aan de weg en het aantal leden is het afgelopen jaar naar 398 gestegen. De Ventersbond blijkt inmiddels echter niet overal een even goede naam te hebben opgebouwd. Zo wordt door tegenstanders vaak minachtend gezegd dat de bond alleen bestaat om voor de leden het verkrijgen van crisissteun en handelsgeld gemakkelijker te maken. De voorzitter ontkent deze aantijging ten stelligste. Wel is er ook voor de venters sprake van crisis, terwijl de spikspliternieuwe Winkelsluitingswet het venten op zondag onmogelijk dreigt te maken. Vooral de bloemenventers zullen hier zwaar door getroffen worden, aldus voorzitter Presser. Ook de lompenventers zullen door de Winkelsluitingswet zwaar worden getroffen. Vooral de Joodse venters, waarvan er behoorlijk wat in de Indische Buurt wonen, krijgen het zwaar, aangezien ze noch op zaterdag – de Joodse sabbath – noch op zondag meer zullen kunnen venten.

Venters zien geen uitweg’, zo kopt Het Volk, dagblad voor de Arbeiderspartij, ruim een maand later op vrijdag 20 mei 1932. Het bestuur van de Algemeene Ventersbond heeft zich al weken geleden schriftelijk tot de wethouder van Maatschappelijke Steun gewend om verdere ondersteuning, maar nog met geen enkel resultaat. De nood onder de straatventers is hoog, maar de wethouder laat niets van zich horen. En nu is ook het voornemen bekendgemaakt een Winkelsluitingswet in te voeren, waardoor het niet alleen winkeliers, maar ook venters niet langer toegestaan is om op zondag te verkopen, terwijl dit met name voor venters de beste dag is, aldus voorzitter S. Presser in zijn tijdens een protestbijeenkomt gehouden redevoering. De Algemeene Ventersbond zal zich in protest ook tot de Tweede Kamer richten en hoopt op ondersteuning. De sociaal-democraat Presser wekt de aanwezigen op lid te worden van zijn bond en waarschuwt en passant voor de praktijken der communisten,

die door het propageeren van de idee: alles of niets, probeeren de venters tot razernij op te zweepen. Aan dergelijk onzinnig werk doen wij niet mee, zegt spr. Het brengt de venters ook nog in conflict met de politie, waarvan wij niets dan nadeel kunnen verwachten. Het is de reinste demagogie, waartegen wij ons met hand en tand zullen verzetten.

De Algemeene Ventersbond dient inderdaad eind mei 1932 bij de Tweede Kamer een verzoek in, dat in afwijking op de Winkelsluitingswet althans de venters met bloemen op zondag op pad mogen. Daarnaast dient de bond een adres in bij de Amsterdamse gemeenteraad als volgt.

De ondergeteekenden S. Presser en B. Wormser, respectievelijk Voorzitter en Secretaris van den “Algemeene Ventersbond van Amsterdam”, domicilie kiezende Niasstraat 20A Amsterdam (O.), geven U namens genoemden bond te kennen;

dat door de winkelsluitingswet tal van Joodsche venters worden gedupeerd in de uitoefening van hun beroep;

Redenen waarom ondergeteekenden de vrijheid nemen zich namens den “Algemeene Ventersbond van Amsterdam” tot Uwen Raad te wenden met het beleefd verzoek, er bij Burgemeester en Wethouders op aan te dringen, het venten op Zondag voor Joodsche venters die des Zaterdags niet venten, toe te staan.

Bijgevoegd is de volgende toelichting:

Edelachtbare Dames en Heeren,

Nu de winkelsluitingswet in werking is getreden, worden tal van Joodsche venters gedwongen, minstens 2 dagen per week niet te venten. Hierbij komen nog de diverse dagen, dat de weersgesteldheid hun het venten onmogelijk maakt. Gezien de berooide toestand, waarin de venters leven, meenen wij dat deze schade door de venters niet kan worden geleden. Gaarne zouden wij daarom zien, gelijk dit aan de Joodsche winkeliers is toegestaan, dat ook de Joodsche venters welke des Zaterdags niet venten, in de gelegenheid worden gesteld, op Zondag hun beroep uit te oefenen. Er zijn een aantal Joodsche venters, welke in specifiek Joodsche buurten venten. Ons bestuur stelt het daarom op zeer hoogen prijs, indien U aan ons verzoek zou willen voldoen, omdat door inwilliging hiervan tal van onbillijkheden voor vele venters worden weggenomen. Redenen waarom dit bestuur dan ook meent, een gunstig antwoord op bijgaand adres van U, Edelachtbare Dames en Heeren, te mogen ontvangen.

De werkeloosheid onder de venters neemt nu zo snel toe, dat de Algemeene Ventersbond zich in juli 1932 zelfs tot de Nederlandse regering richt, met een verzoek tot maatregelen. De Amsterdamse gemeenteraad inmiddels probeert de venters enigszins tegemoet te komen door rekkelijk te zijn wat betreft het venten op zondag. Zo krijgen bloemenventers dispensatie bij ziekenhuizen, kerkhoven en stations. Tot aanpassing van de Nederlandse wetgeving acht zij zich echter niet in staat. Op voorstel van de S.D.A.P. wordt, na demonstraties van straatventers, in oktober 1932 wederom een commissie benoemd die zich met het ventersvraagstuk gaat bezighouden. Een knelpunt is dat veel venters niet willen stoppen, ook al gaan de zaken nog zo slecht. Deden ze dat wel, dan zouden ze direct voor steun in aanmerking komen, aldus de commissie.

In november 1932 blijkt dat, ondanks aandringen van de gemeente Amsterdam. de minister en de benoemde onderzoekscommissie inmiddels niets voelt voor het toestaan van het venten op zondag, ook niet door Joodse venters in Joodse buurten. Het zou immers maar om een relatief klein aantal venters gaan, terwijl controle uiterst lastig zou zijn. De venters inmiddels, aldus zegsman van de Algemeene Ventersbond B. Worms, zijn de wanhoop nabij. Negentig procent leeft tegen het pauperisme aan. Zeer dringend pleit de bond voor hulpbijstand voor alle Nederlandse venters. Door de crisis is de koopkracht van de gemiddelde arbeider sterk omlaag gegaan. Dit heeft een desastreus effect op de venters, die hun waren niet meer kwijt raken. De bond richt zich maar weer eens met een adres tot de regering. Ook gaat voorzitter Presser er toe over zelf actie te voeren. Op nieuwjaarsdag 1933 is het de bloemenwinkels namelijk toegestaan open te zijn, terwijl echter het venten verboden is. Presser gaat nu opzettelijk toch bloemen venten op de Ceintuurbaan en wordt inderdaad gearresteerd, zes uur vastgehouden en daarna weer vrijgelaten. Hij doet verslag van zijn avontuur in een ingezonden brief in het Volk.

Opschieten doet het intussen allemaal niet. De crisis wordt dieper. In maart 1933 moet een vergadering waaraan beide bonden deelnemen, door de politie ontbonden worden. De Algemeene Ventersbond ziet zich inmiddels voor een nieuw doel gesteld: het voorkomen van de verkoop door venters van de zogenaamde Hitler-sinaasappel. Deze sinaasappelen met Duits Nationaal-Socialistische propaganda [de redactie heeft helaas tot op heden nog geen afbeelding van de Hitler-sinaasappel onder ogen gekregen; aanbevolen] wordt door een Spaanse exporteur aan venters aangeboden. De Algemeene Ventersbond zal er alles aan doen wat in haar vermogen ligt om de verspreiding van deze politieke sinaasappel – in de volksmond het Hitleriaantje genoemd – althans in Amsterdam door haar venters te voorkomen.

De Amsterdamse Gemeenteraad op haar beurt neemt in mei 1934 uiteindelijk een regulerend voorstel aan: het venten zal voortaan uitsluitend onder vergunning toegestaan worden. De bestaande venters (dit blijken er op dat moment ca. 7.000 te zijn) krijgen een vergunning, waarna een afstervingsbeleid zal worden toegepast en pas nieuwe vergunningen zullen worden uitgegeven wanneer een aantal van 4.000 venters bereikt is. Uiteindelijk zou dit aantal in 1938 bereikt worden, waarna zelfs een verdere daling zou inzetten tot een totaal aantal gereguleerde venters van 3.382 in januari 1940.

In juni 1933 houdt de Algemeene Ventersbond in Nederland haar eerste congres in Delft, onder voorzitterschap van Presser. Het congres neemt als belangrijkste motie aan de boycot van alle Duitse waren:

De A.V.B. in Nederland, in congres in Delft bijeen, protesteert op felle wijze tegen de terreur en vervolging in Duitschland en besluit zich aan te sluiten bij de boycot-actie van Duitsche goederen.

Het komt in Amsterdam inmiddels steeds vaker tot bekeuringen en aanhoudingen van venters, die het ventverbod op bepaalde plaatsen en dagen overtreden of zonder vergunning venten. Presser doet mee aan acties en schrijft in diverse kranten over de nood der venters. Het ziet er echter niet naar uit dat nog extra steunmaatregelen getroffen worden. Met name in de Kinkerbuurt staan venters en winkeliers praktisch op voet van oorlog met elkaar. De bond tracht te bemiddelen, maar wordt steeds minder door gemeentebestuur en politie gehoord. Uiteraard roeren ook de communisten zich danig in deze crisissituatie. De bond lijkt steeds minder invloed te krijgen en dreigt te verworden tot louter een protestbeweging.

Daarbij komt dat de communistische tegenbond het nu weet te doen voorkomen dat de Algemeene Ventersbond met name de belangen van de Joodse venters wil dienen, wat wellicht ook wel een beetje het geval is. Presser zoekt nu zelf ook het gesprek met de Joodse wereld en organiseert een debat met de bekende Meijer de Hond, die op een eerdere vergadering, belegd door de commissie der C.O. “ter Versterking van den Band tusschen de Nederlandsche Joden en ter Behartiging hunner Belangen” een redevoering had gehouden waar Presser het niet mee eens was. De Hond komt echter op de vergadering niet op dagen, om dat niet aan al zijn eisen – onder andere de eis alleen Joden toe te laten – niet is voldaan. Presser houdt een gloedvolle redevoering waarin hij zich tegen de Talmoedische opvattingen van De Hond uitspreekt. Volgens Presser is duidelijk dat de Amsterdamse Joodse venters zich het beste kunnen aansluiten bij de Algemeene Ventersbond, die haar belangen het beste dient.

Langzaam maar zeker verloopt de beweging. Gedurende 1934 (viering vijfjarig bestaan) en 1935 blijft de bond op bij de regering op algemene hulpsteun aandringen, maar met weinig succes. De regering wijst terug naar de gemeenten, die op een enkele uitzondering na hier niet toe overgaan. Ook in 1936, 1937 en 1938 blijven venters onder leiding van Presser vruchteloos hun nood klagen. Er gebeurt verder niets meer. Wel wordt in juli 1938 wordt de naam van de bond veranderd in de Algemeene venters-, markt- en standplaatshoudersbond in Nederland. Negen andere lokale verenigingen in Nederland gaan aan deze bond deelnemen. Na de viering van het 10-jarig bestaan op 19 maart 1939 werd in Amsterdam – wel is tot 1942 nog een Rotterdamse onderafdeling actief – door ons niets meer van de algemene bond noch van Presser vernomen. Inlichtingen zijn van harte welkom.

ANDERE ARTIKELEN:

2016 Oproep Steun voor elkaar
2016 Teruggaan of blijven?
2016 Sociale bijdrage supermarket het Lange Mes
2016 Viering 1-jarig bestaan buurthuis Archipel op het Makassarplein
2016 Interview met Mustapha Khaddari
2016 Interview met Jan Beerenhout
2016 Interview met Ahmed Marcouch
2016 Interview met Ahmed El Mesri
2016 Ontroerend afscheid van Rob van Veelen
2016 Het verloren gaan van idealen
2016 Welkom bij de offerfeest maaltijden
2016 Luier van der Laan pleegde zelfmoord door ophanging
2016 Boeken in de Javastraat
2016 Offerfeest voor vluchtelingen en armen
2016 Nu inschrijven taalcursussen Assadaaka!
2016 Bekende Indische Buurters
2016 Uit de geschiedenis van het Ambonplein
2016 Sprokkelingen uit de geschiedenis van het Makassarplein
2011 Cameratoezicht
2009 Radicalisering
2004 Gevoelens van onveiligheid
2004 Belwinkels in de Javastraat
2001 in het ghetto ( ode aan de indische buurt)
2000 De wisselwoningen
1994 Reality-serie Bureau Balistraat
1997 Verslaafde schiet twee agenten neer
1996 Ulu Camii
1995 An Nasr Moskee
1993 De moord op Andre Hartman
1992 Nordholt doet grote hashvangst
1988 Medewerkers bezetten ontmoetingscentrum aan Javaplantsoen
1985 Buikschot
1982 Vijftien jaar cel voor B. uit de Bankastraat
1982 Horrorhuis aan de Kramatweg
1981 Anti-Fascisten tegen Amicales
1980 Enige kraakkranten
1979 Kraakgroep Indische Buurt
1979 De Buurtwinkel
1978 De pyromaan van de Soembawastraat
1978 Anarchistisch Nonnen Front
1977 Heroine
1977 Familiedrama leidt tot hamermoord
1976 Linkse actie
1975 Bordelen en sexadressen in de Indische Buurt
1974 Buikschot uit noodweer
1973 Experiment genezing
1973 Marokkaanse, Tunesische, Spaanse en Turkse buurtgenoten opgelet
1972 Het urinoir aan de Valentijnkade
1971 Leefbaarheidsproblemen van onze buurt
1970 BB - weg ermee!
1970 Auditie voor Hair in het Bavohuis
1969 Het grootste bejaardenhuis van Nederland
1967 Etage brandt uit in de Ternatestraat
1966 1966: 8 kleuterscholen, 19 lagere scholen en 10 scholen voor voortgezet onderwijs
1965 Outsiders in de Archipel
1964 Boer Koekoek in de Indische Buurt
1964 Doopsgezind Jeugdhonk in de Tweede Atjehstraat
1964 Moord in de Perlakstraat
1961 C.P.N. demonstreert tegen atoombewapening
1960 Ernstig tramongeval
1960 Ontploffing op het Ceramplein
1959 Met getrokken pistool op de Valentijnkade
1958 Boenen ter ere Gods
1958 EVC-man afgetuigd in telefooncel
1957 Een verhoord gebed in de Gorontalostraat
1955 Jaap Brandenburg spreekt in de Archipel
1954 Europese Defensie gemeenschap = fascisme
1952 Hand verloren aan de Riouwstraat
1951 Militaire oefeningen in de Indische Buurt
1950 Overtreding van het hamsterverbod
1950 Jopie en Louis Agterberg en Frantiszek Janiga
1949 Wielerronde Indische Buurt
1949 Dienstweigering aan de Gorontalostraat
1948 Koningin Juliana bezoekt de Indische Buurt
1948 Waarheidswinkel
1946 Herbegraving Jelle Posthuma
1945 Meester Padding
1945 Ontspanningsvereniging Flevo
1945 Schietpartij op de Dam
1945 Katja, beul van Vught
1944 Hongerwinter
1943 N.S.B.-ers
1943 Bommen op de Eltheto!
1942 Max Blokzijl spreekt
1942 Jeugdstorm marcheert!
1942 Zum Stehlen ausgeschickt
1941 Moord in de Javastraat
1941 Februaristaking in de Indische Buurt
1941 De Veemarkt veroverd op de Joden!
1941 W.A. actief in de Javastraat
1941 De vermoording van de Joodse Indische Buurt
1941 Ds. Tonnon
1941 De verwijdering van Joodse leerlingen van de Ambachtschool aan het Timorplein
1940 Bommen op de buurt
1940 Zwartepoorte kampioen...
1940 Inzameling voor gebombardeerd Rotterdam
1940 Oorlog in de Indische Buurt
1939 Shell Sportpark
1939 Pontificale hoogmis
1938 Het oude Zeeburg verdwijnt
1937 Jeugddag Indische Buurt
1937 Tuchteloze jeugd
1937 Razzia in de Padangstraat
1936 RK vroedvrouwen
1936 Revolutiebouw
1935 Fietsplaatjes
1935 Een tweede wijkpredikant voor de Elthetokerk
1935 De Rimboe wordt Huize Ambon
1935 Don Bosco-huis
1934 Het mastenbos aan de Insulindeweg
1934 Amsterdamsch Genootschap voor Werkverschaffing voor Onvolwaardigen
1934 Weigering Wilhelmus te zingen
1933 Het Thälmann-huis
1933 Pastoor van der Wiel
1933 Drie Duitsers
1933 Gered uit de greep van Hitler
1933 Clubgebouw Archipel
1933 Centraal Comité tegen de Radiowoeker versus Radiocentrale Broertjes
1932 Liefdesdrama in de Minahassastraat
1932 Liefdestwist?
1932 Werkloozen Strijd Comité Obistraat
1932 Agitprop vanuit de Minahassastraat
1932 Brief van een Roomsch kameraadje
1932 Samuel Verdoner, de laatste gazzen van de Indische Buurt
1931 Hersteld Luthers aan de Toministraat
1931 Rotte vis
1931 Iepen
1931 Eigenaar steenloods velt steenzetter met hamer
1931 Verkiezingsstrijd tussen C.H.U. en A.R.P.
1931 Brand in de Javastraat
1931 Optreden van Corry Vonk in het Bavohuis
1931 Het massaal spreekkoor
1930 De Nederlandse vlag misbruikt
1930 Het jonge Pieter Jellen-werk
1930 Pater Bijlhout gaat naar de Oost
1930 Joyriding
1930 Politietoezicht
1930 Gereformeerd
1930 De markt in de Javastraat
1930 Een bibliotheek voor de Indische Buurt
1930 Onhoudbare toestand bij tunnel Zeeburgerdijk
1929 Lourdes
1929 Vrijgekocht door missievriendjes
1929 Aanhouding diamantbewerker in Ombilinstraat
1929 Moord in de Gerardus Majella
1929 Venters zien geen uitweg
1929 Consultatiebureau aan de Baweanstraat
1928 Niasplein wordt Makassarplein
1928 Esperantovereniging Tagigas en l'Oriento
1928 Rechouwous-jeugd op stap
1928 Gebouw de Schakel
1928 Blind
1927 Buurtvereniging Ceram
1927 Verzuiling in het jeugdwerk
1927 Onmin in de Boetonstraat
1927 Bakkers
1927 De voorlopers van de A.H. Gerhardschool
1927 Rechercheur Kok: de eerste drugsdode in de Indische Buurt
1926 Afsluiting van de Diemerdijk
1926 Schutting
1926 Opening R.K. meisjesschool Ambonplein
1926 Het lokaal van het Leger des Heils
1926 Een wandeling door de nieuwe 'Archipelwijk'
1925 Het Zeeburgerdorp
1925 Demping van de Polderwetering
1925 Wijding
1925 Rechouwous, de Joodsche Vereeniging voor de Indische Buurt
1925 Geen man, geen cent voor het leger
1925 De rode vlag vanuit Niasstraat 61
1925 Groepsgebouw de Toorts
1925 Jan Ceton, onderwijzer aan de Bankastraat, communist
1924 Elthetokerk, bouw en opening
1924 Nieuwe straten
1924 De aanleg van de Riouwstraat
1924 Winkelweek Indische Buurt
1924 De oprichting van de Eerste Elthetoschool aan de Riouwstraat
1922 Premiewoningen voor arbeiders
1921 Een jongen, die een meisje bleek
1921 De storm
1921 Het Java-Kwartier
1921 Christelijke propaganda
1920 Een gouden swastika voor mevrouw Vrij
1920 Kinderspel in de jaren tien en twintig
1919 Moord in de Djambistraat
1918 Brand bij café Koopmans
1918 De aanleg van het Zuiderzeepark
1917 Broodoproer en revolutie
1917 Militairen maken de buurt onveilig
1917 Abortus aan de Zeeburgerdijk
1916 Zeeburgerkermis
1916 Onteigening bouwgronden
1915 Slaat den smeris dood
1914 Mene Tekel
1914 De Wild-West-Show van Texas-Tex
1914 Het noodziekenhuis aan de Zeeburgerdijk
1913 Nieuwe tramplannen
1913 Het Bavohuis
1912 Wijkgebouw Eltheto: de eerste jaren
1911 De Berlageblokken
1911 Eigen Haard bouwt Lombokstraat, Lampongstraat en Padangstraat
1911 Vereeniging voor onderwijs op Gereformeerde Grondslag
1911 Nieuw stratenplan
1911 De blindeninrichting aan de Celebesstraat
1909 De communistische Indische Buurt
1908 Jacob Pierik verdrinkt
1908 De bouwmaatschappij tot verkrijging van eigen woningen
1907 Smit springt uit het raam
1906 Stadstrand
1906 De Sabbathpaal op de Zeeburgerdijk
1905 Balistraat 48
1905 Fietsverbod
1905 Smokkelroute Zeeburgerdijk
1905 Uitslag eerste verkiezingen Indische Buurt
1905 Zweminrichting aan het Nieuwe Diep
1905 Theosofische Uitgeverszaak "Gnosis"
1903 Nieuw Muiderpoortstation
1903 Kinderlokker
1903 Moord in de Celebesstraat
1903 Derde Ambachtschool aan het Timorplein
1903 Politie in de Indische Buurt
1903 Dagpauwoog
1902 Een tramritje
1902 Arabieren
1902 Doorgang Eerste van Swindenstraat-Javastraat
1902 Relletjes in de Javastraat
1902 Illegaal caféwezen
1901 Een wandeling met Jac. P. Thijsse
1901 De wielerbaan
1900 Bierdrinkende jeugd
1900 Een nieuwe school aan de Bankastraat
1899 Snorrende kogel
1897 Floretstoot door het hoofd
1897 Bouw van de Indische Buurt
1895 De lijnbaan
1894 Halte Zeeburgerdijk
1893 Vereeniging buiten de Muiderpoort
1891 Vingertop
1890 Civiele werken rond de Zeeburgerdijk
1889 De tramomnibus
1889 Zeearend aan de Zeeburgerdijk
1887 Hotel Zeeburg
1886 Het tweede abbatoir
1886 Ergerlijk dronkemanstoneel
1882 Een dierenvriend
1881 De eerste scholen aan de Zeeburgerdijk
1881 Onzedelijke taferelen
1881 Een drankzuchtig hoekje
1880 Ringslangen
1880 Onderweg Zeeburgerdijk bestraat
1877 Een wandeling
1877 Spoorwegongeluk aan de Zeeburgerdijk
1877 Verplaatsing van de Veemarkt
1876 Gemeente Nieuwer-Amstel, Gemeente Diemen, Gemeente Amsterdam
1862 De Zeeburgerdijk als vuilnisbelt
1854 Driedubbele moord aan de Ringdijk
1844 Revolutionair aan de Oetewaelerweg
1804 Harddraverij
1761 De proef van de cole ANTIPIRIQUE
1756 Runderpest in Zeeburg
1744 Buitenplaats te huur aan de Hogendyk
1739 Een vondeling aan de Hogedijk
1733 Paalworm
1733 Oude Geele Vliegende Haerige Windhond
1714 Opening Joodse begraafplaats
1681 Verslibbing
1663 Herberg Zeeburg
1651 De Zeeburgerdijk breekt door
1647 Herberg 't Vosje
1631 Watermolen en gemaal
1563 Mijlpaal
1328 Outersdorp
1307 Zeeburgerdijk was Sint Anthonisdijk

 

Advertenties