In memoriam Waldie van Eck.

Natuurlijk heeft iedereen iets eigens. Elk mens is anders dan een ander. Maar ik denk, dat de vrienden van Waldie van Eck het er wel over eens zullen zijn, dat zij een heel aparte persoonlijkheid was.

In onze meer dan een halve eeuw oude vriendschap heb ik haar nooit saai gekend. Ze leefde altijd op de toppen van het enthousiasme. Ze had een extraverte natuur; haar twee grote eigenschappen waren: de gave om te bewonderen en die om te genieten. Als ze over haar vrienden sprak , was de qualificatie “Woest knap” nog maar een understatement. Ze konden alles en waren nog aardig bovendien. Ze had een grote stoet vrienden, die kwamen en gingen, maar voor “the inner circle” was ze van een onwrikbare trouw.

En haar gave om te genieten! Van haar lectuur, van toneel, van haar reizen, van haar “eigen huisje” in de Spinozastraat, van een concert, een geslaagd mantelpak, een fietstochtje langs den Amstel, kortom: van alles wat haar overkwam.

Ze placht alleen op reis te gaan; ze had een vlugge intelligentie en trok als een magneet boeiende vreemdelingen naar zich toe. Ze had een flair voor talen; in Amerika knauwde ze in minder dan geen tijd haar woorden op een afschuwelijke manier; ze sprak vlot frans en italiaans; in Egypte discussieerde ze in het engels; en ze genóót onvermoeibaar, ondernemend, laaiend van belangstelling, tot haar laatste reis in Sicilië toe.

Een van haar grootste vreugden was het kleine huisje dat ze in Hierden liet ztten en waar ze vele weken van het jaar doorbracht. Ze noemde het “Ter zijde” en daarmee heeft ze op merkwaardige wijze haar leven gequalificeerd. Ze was begaafd als dichteres, (een van de verrassingen van haar leven was dat Slauerhoff vele van haar gedichten van buiten bleek te kennen) maar het is nooit tot een bundel gekomen. Ze droeg goed voor, maar is bijna nooit opgetreden. Ze schreef goede beschouwingen, maar ik herinner me maar één of twee raadiospreekjes. Zelfs als ambtenaar (ze was vele jaren directrice van een openbare leeszaal over het IJ) kwam ze niet geheel tot haar recht.

Ik ben er zeker van, dat ze meer dan gewoon contact had met haar lezers, (Nescio zat haar na afloop dikwijls op te wachten om haar thuis te brengen;) ze zal zeker velen tot lezen op een beter niveau hebben gebracht. Maar ze had geen aanleg voor geregelde uren; ze lag soms de hele nacht tot den ochtend te lezen in een boek, dat ze al of niet wilde aanschaffen. Dan kon ze niet tijdig op haar werk zijn. Haar assistentjes, die haar voor het grootste deel zeer toegedaan waren, vingen haar afwezigheid zo goed mogelijk op, maar haar baas vond het een ongeregelde toestand en raadde haar vriendelijk voortijdig af te treden.

Dat was een lelijke klap voor haar, maar, zoals alles wat haar overkwam, bleek het weldra een “blessing in disguise”. De laatste jaren van haar leven heeft ze van haar vrijheid genoten, onverzadigbaar. Ze had altijd overvolle dagen, ze had een bewogen leven tot het einde toe.

Ze was van een geslacht, dat oud wordt; boven de negentig was daar heel gewoon. Daarom kon ze niet geloven, dat voor haar de grens bij zeventig zou liggen. Ze heeft na haar operatie gevochten voor haar herstel, met onvergelijkelijke felheid en vitaliteit. Ze vertrouwde op de uitspraak van haar dokters, dat alles goed ging. Ze ging nog uit, ze deed haar huishouden, ze telefoneerde; ze had onverminderd belangsteling voor alles en iedereen, terwijl haar lichaam wegslonk. Na vele zware maanden is de dood als een genade nog onverwacht gekomen.

Annie Salomons

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s