Een merkwaardig faseverschil bij de ontmoeting van twee concepten

Om een gesprek op gang te brengen in de huidige polariserende samenleving is het goed elkaars angsten te leren kennen. Want we hebben allemaal een punt. Veel Marokkanen voelen zich afgewezen door de Westerse samenleving. Maar veel autochtone bewoners voelen zich afgewezen door de islam. En een gesprek lijkt er niet te zijn.

Ik hoop daarom door het uitspreken van de autochtone angsten hieronder een opening tot gesprek te bieden tussen veel verontruste autochtonen die op Geert Wilders stemmen en veel verontruste Marokkanen die zich hierdoor bedreigd voelen. Ik geloof daarbij dat beide groepen elkaar te weinig kennen en dat een goed gesprek een begin is tot iets beters. Ik hoop dus op reacties.

De laatste tijd ben ik me aan het verdiepen in de praktische islam en lees daarvoor allerlei Nederlandstalige instructieboekjes die ik onder andere haal in de islamitische boekhandel in de Javastraat. In een van die boekjes,Vrouw in de Shari’a van Abdurrahman I. Doi, uitgegeven door uitgeverij Noer in Delft, kwam ik heel duidelijk tegen dat een man zijn vrouw mag slaan.

In eerste instantie leek me dat iets dat niet door de Nederlandse wetgeving is toegestaan. Maar bij nader inzien bleek dat nog niet zo eenvoudig te zijn. De Nederlandse wetgeving heeft namelijk geen specifiek recht voor huiselijk geweld. Het slaan van een vrouw door een man valt in de Nederlandse wetgeving onder mishandeling. Maar mishandeling is ook nog niet zo’n duidelijk concept.

De Nederlandse wetgeving biedt namelijk de mogelijkheid om in het geval van instemming iets wat anders mishandeling heet, toe te staan. Dat is bijvoorbeeld in het geval van bondage en andere aanverwante seksuele praktijken. De vraag die bij het slaan van de vrouw door de man uit het oogpunt van Shari’a juridisch centraal komt te staan, is in hoeverre hier sprake is van een soort vrijwilligheid door de betreffende vrouw, omdat ze zich aan de Shari’a wil onderwerpen.

De enige reden waarom het slaan van de vrouw eventueel wettelijk niet zou zijn toegestaan in Nederland, is een bezwaar van de vrouw. Maar dat komt voor de islamitische vrouw neer op het ontkennen van de Shari’a en is daarmee in feite een vorm van geloofsafval, wat natuurlijk afgekeurd wordt door de zich bedreigd voelende geloofsgemeenschap. Er ligt daarmee veel druk op deze vrouw om de geloofsgemeenschap niet te verbreken want dat leidt ook tot sociale uitsluiting. Die geloofsgemeenschap is in de openbare ruimte niet zo zichtbaar, maar bevindt zich achter een heleboel voordeuren. Slaan mag dus. Ook van de Nederlandse wet.

De Wetgeving van het Land en de Shari’a

Een moslim is zich volgens een veel voorkomende opvatting gehouden zich aan de wetten van het niet-islamitische land, Dar al-Harb, te houden behalve wanneer deze ingaan tegen de Shari’a. In dat laatste geval moet men in principe de Shari’a volgen. De geboden van Allah zijn immers hoger dan die van mensen. Nu is die wetsovertreding in de praktijk een groot probleem, omdat men dan met Justitie van het betreffende land in aanraking komt. Maar achter de voordeur is dat anders. Daar heerst de wetgeving van het land niet zonder meer. Daar is Dar al-Islam in potentie of misschien wel helemaal aanwezig. Daar heerst – bij instemming van het huisgezin – de Shari’a. Het netwerk van die huishoudens is dan Dar al-Islam binnen Dar al-Harb.

Vrij algemeen wordt aangenomen dat de Shari’a niet compatibel is met het westerse democratisch model. Maar omdat er een merkwaardig faseverschil is tussen beide concepten, is de westerse wetgeving niet erg geschikt om dit haar in principe bestrijdende concept te beheersen. Een groot aantal vanuit de Shari’a voortkomende handelingen kunnen achter de voordeur plaatsvinden, waar de privacy heerst. Er is bijvoorbeeld geen wetsartikel dat van toepassing zou zijn wanneer iemand zich vrijwillig aan het handafsnijden bij diefstal zou onderwerpen in het kader van de Shari’a. Dat betekent dat een stilzwijgende, zelfs niet uitgesproken Shari’a zich in potentie ongezien kan uitbreiden. De enige verschijningsvormen ervan zijn de diverse discussies die door islamitische jongeren op het internet gevoerd worden en die een en ander niet bepaald tegenspreken.

Voor de verontruste autochtone Nederlander ontstaat dan een beangstigend beeld van een zich uitbreidende zich achter vele voordeuren bevindende cultuur, die zich min of meer bewust en uitgesproken aan het uitbreiden is, in principe vijandig tegenover de westerse democratische wereld staat, min of meer uitspreekt de zaak te willen overnemen en waar de Nederlandse wetgeving nauwelijks een antwoord op heft.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s