Interviews en artikelen

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 42 (nawoord)

Met het afronden van deze geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt wil ik even teruggrijpen op het eerste artikel en met name de betekenis van de titel van de artikelenreeks, die me bij nader inzicht duidelijk is geworden, toelichten. De geschiedenis van de Marokkaanse buurt is de geschiedenis van de inspanningen van individuen en organisatie om in Nederland, in Amsterdam en in de Indische Buurt in het bijzonder een eigen afgeschermde Marokkaanse identiteit te handhaven.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 41 (slot)

Het is vandaag de dag nauwelijks voor te stellen dat de verhoudingen in de Indische Buurt ooit zo gespannen zijn geweest als ze inderdaad zijn geweest. De buurt is inmiddels in bloei gekomen. Nauwelijks is op straat nog terug te zien hoe moeilijk de verhoudingen tot minstens 2005 toch echt wel waren. Het is een moeilijk te beantwoorden wat precies de verandering teweeg heeft gebracht, maar er zijn wel degelijk enige factoren geweest die in ieder geval een gunstige bijdrage hebben geleverd. Allereerst simpelweg een voortschrijdend inzicht bij politiek en overheid dat niet multiculturaliteit maar interculturaliteit de inzet diende te zijn. Daarnaast de ingrijpende verandering in het sociaal-fysieke domein: een veranderde samenstelling van het woningaanbod. Maar vooral een gestaag werken van individuen en organisaties aan de basis aan wederzijds begrip.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 40

Er is onmiskenbaar sprake van een groeiend fundamentalisme bij een aantal Marokkaanse jongeren in Amsterdam en ook in de Indische Buurt. Er is ook sprake van een zich steeds extremer opstellende Theo van Gogh. ‘Ik heb mijn varken Allah genoemd,’ zo kopt een column van Van Gogh in 2004 in het gratis dagblad Metro. Van Gogh lijkt wel levensmoe en zoekt steeds rabiater de confrontatie. Die komt dan ook op 2 november 2004. Theo van Gogh wordt die ochtend door Mohammed Bouyeri uit religieuze overwegingen op de Linnaeusstraat vermoord.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 39

Het nieuwe bestuur pakt de zaken voortvarend aan. Halverwege 2003 wordt aangekondigd dat de Indische Buurt wederom op de schop zal gaan, terwijl tegelijkertijd een grootscheepse renovatie in het Noordwestelijk kwadrant zal plaatsvinden in samenwerking met woningbouwvereniging De Dageraad. Het totale project zal zowel een fysieke als een economische en een sociale invalshoek kennen en valt onder de paraplu Grote Steden Beleid. Wethouder Elatik licht in de Tong Tong de plannen toe:

Het sociaal investeringspakket sluit aan bij de renovatie van de woningen door de Dageraad. Wanneer medewerkers van de Dageraad met de gezinnen over de vernieuwing van hun woning spreken, wordt gelijktijdig geïnventariseerd in hoeverre deze gezinnen behoefte hebben aan een aanpak van de problemen die zij ervaren op de terreinen als schuldsanering, onderwijs en werkgelegenheid.

Het is de eerste aanzet tot doorgaande gentrificatie van de buurt, die in de eerste helft van de jaren negentig is ingezet door het gaan bouwen van koophuizen in de buurt.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 38

Fatima Elatik, die aangekondigd heeft op termijn burgemeester van Amsterdam te willen worden, is zeer geliefd in politiek Zeeburg, maar in den lande niet onomstreden. Met name Theo van Gogh houdt het op haar voorzien, met name wanneer zij vlak na de aanslagen van 11 september door burgemeester Cohen geprezen wordt voor haar verzoenend werk achter de schermen. Hij zet ter gelegenheid van de verkiezingen zelfs een nepadvertentie in haar naam, ‘Waarom zou een toneelstuk niet verboden mogen worden?’ en schrijft diverse PvdA-coryfeeën aan in verband met de onmogelijk making van de opvoering van het toneelstuk Aïsja

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 37

De reacties op de aanslagen van 11 september 2001 verbazen velen, maar niet publicist en buurtactivist Ron Haleber. Haleber, eindredacteur van de in 1989 naar aanleiding van de fatwa tegen Salman Rushdie verschenen bundel Rushdie Effecten, is in 2001 in de afrondende fase van zijn proefschrift La revolte mondiale contre l’Occident: La jeune elite Maroccaine face au choix entre tradition et modernite, en hij heeft in zijn onderzoek de enorme haat die met name de Marokkaanse universiteitsjeugd in Marokko voor het Westen blijkt te hebben, onderzocht. Haleber maakt zich al jaren zorgen over de gebrekkige integratie, en hij is van opvatting dat er in de Nederlandse samenleving meer ruimte zou moeten worden gecreëerd voor de nieuwe etnische groepen en met name voor de Marokkaanse. Bovendien heeft hij het idee, dat al spoedig door een steeds groter deel van de islamitische gemeenschap aangehangen wordt, dat de aanslagen niet het werk zijn van Osama Bin Laden, maar van de Amerikanen zelf. Haleber voelt zich geroepen in te gaan grijpen.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 36

Na het Verwey-Jonker rapport is het Stadsdeel eruit. De subsidierelatie met Stichtide ng Welzijn Zeeburg zal per 1 januari 2002 beëindigd worden. Buurtbeheer zal worden ondergebracht bij MDSO. Voor de andere kerntaken zal een inschrijving geregeld worden. Op een vergadering van de wijkraad Indische Buurt op 25 januari 2001 worden door Stichting Welzijn de buurtorganisaties ingelicht. Hieronder zijn van Marokkaanse zijde bij aanwezig Ali Moussa van Stichting Al Rissala, Abdou El Khattabi en dhr. Bacha van de Marokkaanse Raad Zeeburg, Mustapha Aemarouch en Soulaimane Zhiri van Stichting Assanabil, actieve bewoners M. El Hartal en A. Chouhaiba, Ahmed El Mesri van Vereniging Assadaaka en Abdella Ekourai van Stichting Marokkaanse Onderwijs. Er heerst een verslagen stemming en de meningen zijn verdeeld. Er lijkt weinig meer aan te doen.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 35

De kwestie Berlageblokken vormt het definitieve breekpunt tussen het welzijnswerk en Stadsdeel Zeeburg. Terwijl vanwege stadsvernieuwing het stadsdeelbestuur de verouderde en lelijke blokken wil laten slopen om zo het Javaplein een nieuw aanzicht te geven, heeft het Wijkopbouworgaan zich vastgebeten in het behoud van de blokken en zal er uiteindelijk via de rechter in slagen een sloopverbod af te dwingen van de al geruime tijd door krakers ingenomen panden. Het Stadsdeel en met name wethouder Necip Can heeft er zo geen zin meer in met het welzijnswerk en er wordt opdracht aan het Verwey-Jonker Instituur gegeven om een onderzoek te doen naar nieuwe kansen en mogelijkheden voor het opbouwwerk in Zeeburg in het zojuist gestarte nieuwe millennium.  De kwestie Berlageblokken vormt het definitieve breekpunt tussen het welzijnswerk en Stadsdeel Zeeburg.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 34

Stadsdeel Zeeburg blijft worstelen met de subsidiëring van zelforganisaties. In 1999 wordt het beperkt budget voor deze organisaties weliswaar licht verhoogd, maar toch zeer onvoldoende, volgens onder andere het sinds september 1996 bestaande Marokkaans Platform van buurtbewoners en buurtgroepen. In deze alliantie onder leiding van Mustapha Aljedyan zitten o.a. het Marokkaanse Oudercomité en het Marokkaans Vrouwencomité (R. Elmair). Het Marokkaans Platform is ontevreden met de nieuwe wethouder van GroenLinks, Necip Can. Can, die het vanwege zijn Turks-alevitische afkomst het ook niet goed doet bij de Soenieten van de Ulu Camii Moskee, dreigt een gebeten hond in migrantenkringen te worden.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 33

Terwijl het stadsdeelbestuur ook in 1999 zijn interculturele koers voortzet, zetten met name Turkse en Marokkaanse zelforganisaties alles op alles om zich monocultureel te kunnen blijven organiseren. Voor de Turken is daarbij de Ulu Moskee op de Zeeburgerdijk van groot belang. Deze weet niet alleen haar jongeren via eigen organisaties en min of meer zonder afhankelijkheid van subsidie in het gareel te houden, maar speelt ook een eigen rol in de Zeeburgse politiek, door het massaal steunen van Turkse politieke kandidaten, zoals bijvoorbeeld Mustafa Ustalar van Lokaal Belang Zeeburg en bij de verkiezingen van 2002 twee zich bij de VVD aansluitende kandidaten. Ook worden al sinds 1993 door de Turkse gemeenschap vriendschapsreizen naar Turkije georganiseerd, waaraan de Zeeburgse politie en ook Zeeburgse politici deelnemen.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 32

De Indische Buurt, waarvoor zojuist een nieuw stadsdeelbestuur is geinstalleerd onder voorzitterschap van nieuweling Tjeerd Herrema (P.v.d.A.) is inmiddels landelijk als achterstandsgebied bestempeld. In dat kader bezoekt stedelijk wethouder Van der Aa de wijk, daartoe uitgenodigd door welzijnswerker en buurtactivist Jan Vermij, die zojuist met zijn Buurt Aktie Partij zitting in de stadsdeelraad genomen heeft. Een andere nieuwe partij is Lokaal Belang Zeeburg, van de uit de P.v.d.A. getreden Mustafa Ustalar, die ondersteund wordt door een aantal buurtactivisten waaronder Ron Haleber en Martin van Etten. Nieuwe stadsdeelbestuurder voor Welzijn wordt Necip Can van GroenLinks.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 31

Emanciperend boegbeeld van P.v.d.A. Zeeburg is vanaf 1998 Fatima Elatik. De dan 23-jarige Elatik is direct al populair in de media als rolmodel, omdat ze zich enerzijds nadrukkelijk als islamitische vrouw – met een hoofddoekje – en ook wel als Marokkaanse profileert en anderzijds een echte Amsterdamse is met het hart op de tong. Elatik komt echter in de brugfunctie die ze nadrukkelijk zoekt in de problemen wanneer ze in december 2000 in de Volkskrant het wegens protesten van moslims aflasten van een toneelstuk over Mohammed niet onwelwillend bespreekt en het tevens heeft over de vrijheid van meningsuiting, die in haar ogen in Nederland te ver is doorgeschoten. Elatik verwijst hierbij met name naar Theo van Gogh, die er dan inmiddels al tientallen jaren een sport van heeft gemaakt op zo grof mogelijke wijze met name religieuze gevoeligheden op de korrel te nemen en daarvoor dan ook regelmatig door diverse media ontslagen wordt.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 30

De criminele overlast in Zeeburg van jongeren van met name Marokkaanse afkomst wordt in de wijkmedia en lokale politiek zoveel mogelijk verzwegen, maar heeft inmiddels tot aandacht van het landelijk Ministerie van Justitie geleid. Het Ministerie overweegt een proefproject in Zeeburg. De DSP Groep maakt daartoe in 1992 een inventarisatie van de op dat moment bestaande problematiek in een Notitie Inventarisatie Zeeburg: organisaties, activiteiten, omvang van de problematiek en draagvlak. Informanten voor de brochure zijn onder andere wijkteamchef politie Ten Boer, Abdou Khattabi, op dat moment jongerenwerker in de Indische Buurt, en de heren Filali (op dat moment voorzitter Marokkaanse Raad Zeeburg, El Mouaden (medewerker Marokkaanse jongerencentrum Argan), de heer Lhaiba (migrantenwerker Zeeburg en Oostelijke handelskade-gebied) en de heer Majobi (contactpersoon zelfredzaamheidsgroep Marokkaanse ouders).

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 29

Wanneer het realityprogramma Bureau Balistraat in de Indische Buurt aan het filmen is – de bedoeling is dat politieagenten in de verloederde wijk op de voet gevolgd worden – valt het wel met de neus in de boter als tijdens de opnames sigarenwinkelier André Hartman op 6 november 1993 tijdens een overval door een 17-jarige jongen van Marokkaanse jongen wordt doodgeschoten. De gemoederen in de buurt lopen enorm op, vooral als blijkt dat de jongen al enkele jaren samen met enkele vrienden een oude vrouw had doodgestoken. Een en ander draagt zeker bij aan de electorale winst van de CP 86, die in 1994 twee zetels in de raad van Zeeburg weten te bemachtigen.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 28

Rond 1990 is het afgelopen met de politieke macht van het KMAN. De platformconstructie als vorm van categorale ondersteuning wordt niet door de Gemeente Amsterdam voortgezet. En ook landelijk wordt de organisatie als adviesorgaan voorbijgestoken door het Samenwerkingsverband van Marokkaanse en Tunesische organisaties (SMT) dat gelieerd is aan het concurrerend Utrechts Nederlands Centrum Buitenlanders van Mohamed Rabbae. Dit samenwerkingsverband wordt in 1990 tot de Landelijke Advies- en Overlegstructuur Minderhedenbeleid toegelaten. De KMAN en UMMON mogen daarbij onder de paraplufunctie aanschuiven, maar voor Menbhi betekent dit dat hij de strijd om hegemonie verloren heeft. Hij begint zich terug te trekken uit het KMAN en start in 1993 samen met internationaal socialist René Danen Nederland Bekent Kleur op, een sterk anti-racistisch ingesteld actiecomité dat jaarlijks demonstraties en bijeenkomsten organiseert. Vandaag de dag is Menebhi, na zijn verzoening met de Marokkaanse overheid, vooral actief in het in 1998 opgerichte EMCEMO, het Euro-Mediterraan Centrum voor Migratie en Ontwikkeling, dat samen met de Marokkaanse overheid met name pleit voor transnationaal burgerschap voor Marokkanen.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 27

Alhoewel al duidelijke verschillen van inzicht bestaan over de positie van Israël in het Midden Oosten, blijken autochtone Nederlanders en islamitische migranten met name na de publicatie van de Duivelsverzen van Salman Rushdie in 1989 en het doodvonnis tegen de schrijver uitgevaardigd door de geestelijk leider van Iran, Ayatollah Khomeini,  geestelijk duidelijk niet meer op dezelfde lijn te zitten. Daarbij komende groeiende spanningen tussen rondhangende voornamelijk allochtone jongeren en buurtbewoners. Steeds vaker wordt de politie beschuldigd van racistisch optreden.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 26

In de Indische Buurt begint zich net zoals elders in de stad in de tweede helft van de jaren tachtig een behoorlijke criminaliteit rond coffeeshops te ontwikkelen. De gedoogconstructie leidt er toe dat er enorme winsten te behalen zijn voor leveranciers van softdrugs, met name hash. Grootproducent van Nederlandse hash is Marokko. Met name in de Rif, waar veel migranten in Amsterdam uit afkomstig zijn en waarin door gebrek aan infrastructuur nauwelijks andere mogelijkheden tot lucratieve inkomsten zijn, wordt massaal geteeld. Uiteraard is veel geld te verdienen in het transport naar Nederland en zo komt een nieuwe tak – met de heroïnehandel uit het oosten en de cocaïne uit Zuid Amerika – van de Nederlandse drugshandel tot bloei. Het economisch succes van drugshandelaren is aantrekkelijk voor jongeren in de buurt.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 25

Inmiddels wil het project waarin zelforganisaties samenwerken met het buurtwelzijnswerk in Amsterdam maar niet van de grond komen. Het platform ziet zichzelf als een bundeling van alleenvertegenwoordigende categorale partijen, maar dit concept, waar de overheid rond 1980 min of meer voetstoots – met enige twijfel van een enkele niet-progressieve partij – mee akkoord is gegaan, heeft in feite geen rechtstatelijke basis. Aangezien binnen de platformpartijen immers geen democratische verkiezingen plaatsvinden waaraan de volledige achterban aan mee kan doen, is hun vertegenwoordigende legitimiteit nul.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 24

De problemen in de buurt beginnen zich op te hopen. Niet alleen is er vanwege het relatief hoog aantal drugs- en met name heroïneverslaafden in de buurt sprake van veel kleine en grotere (moord) criminaliteit, maar ook is er inmiddels een schreeuwend gebrek aan opvangsmogelijkheden voor jongeren. Zoals eerder gezegd is de bevolkingssamenstelling van de buurt in een korte tijd sterk veranderd en leidt met name de gewenste etnische afkadering – in verband met het vooralsnog op buurtpolitiekniveau nog steeds gepropageerde ‘behoud van eigen identiteit’ – tot een uitzichtloze situatie. Iedere groep zijn eigen buurthuis: dat is met meer dan 100 etnische achtergronden natuurlijk niet mogelijk. Jongeren hangen veel rond op straat.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 23

In de Indische Buurt is inmiddels een zeer grote stille instroom op gang gekomen van met name Turkse en Marokkaanse nieuwkomers, die vanaf 1980 haar hoogtepunt bereikt vanwege een nieuwe regularisatie van illegalen en een doorzettende groei van het aantal gezinsherenigingen. Rond 1985 is een kleine 40% van de bevolking van buitenlandse afkomst, terwijl dat percentage rond 1970 hooguit enkele procenten is. In dat jaar zijn op de katholieke kleuterschool nog  4 van de 80 kinderen van autochtone afkomst.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 22

De Amsterdamse stedelijke overheid begint meer en meer een eigen beleid gaat ontwikkelen, dat afwijkt van de visie van het KMAN. Zo wordt in 1985 door de Gemeente overleg gevoerd met een vertegenwoordiger van 10 Amsterdamse moskee organisaties over de nieuwe Adviesraden Minderheden. Het platform heeft als zijn wens uitgesproken om hier de vertegenwoordigende partij voor alle buitenlanders te zijn, maar zo gemakkelijk gaat dat niet meer. Het is duidelijk dat de overheid de moskeeorganisaties, die een veel grotere achterban hebben dan bijvoorbeeld het KMAN, niet meer wil laten gaan. Overigens stellen ook die organisaties eisen aan een mogelijk samenwerkingsverband. Met name is het niet de bedoeling dat er Nederlanders benoemd worden in de Adviesraden.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 21

De samenwerking van de in het platform verenigde progressieve buitenlandse organisaties met de buurthuizen komt slecht van de grond. Daarom wordt in 1983 naar een nieuw samenwerkingsverband gezocht met de Federatie Buurt- en Jongerencentra Amsterdam (FBJA).

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 20

De activiteiten van de Werkgroep Buitenlanders – een samenwerkingsverband van KMAN en HTIB – willen in de eerste helft van de jaren tachtig in de Indische Buurt niet goed van de grond komen. De Werkgroep, die binnen de kaders van de door de Gemeente vastgestelde Rode Nota functioneert, wijdt er op 23 september 1982 een vergadering aan, waarin Tunny Jongejan namens het KMAN Indische Buurt een somber beeld schetst.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 19

In de Indische Buurt is de onderwijssituatie inmiddels volledig uit de hand aan het lopen vanwege de enorme toevloed van buitenlandse kinderen. Al in 1979 wordt dringend ondersteuning gevraagd aan het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. In juni 1980 brengt de Onderwijs Werkgroep Indische Buurt een Zwartboek uit. De werkgroep wijst hierin ondere andere op de noodzaak van de beschikbaarstelling van tolken voor ouderbezoek. Ook zou voor klassen met meer dan 25% buitenlandse leerlingen per omgaande een maximum aan de klassegrootte gesteld moeten worden van 24 voor de kleuterschool en klas 1 en 2 en 30 voor de klassen 3-6. Op veel scholen bestaat een onoplosbaar ruimtegebrek.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 18

Het KMAN zoekt regelmatig de confrontatie met de Amicales en wordt daarbij ondersteund door Nederlandse progressieve groeperingen en partijen. Zo eist het KMAN bij diverse bijeenkomst in het weekend van 15 op 16 oktober 1977 een totaal overheidsverbod op de Amicales, die gepresenteerd worden als het verlengstuk van de fascistische Marokkaanse overheid. De verklaring wordt mede ondertekend door o.a. de PPR, de CPN, de SP en de PSP. In november 1977 weet het KMAN door uitoefening van grote druk – met name een grote demonstratie door Amsterdam met ondersteuning van onder andere CPN, FNV, PSP, ASVA en Christenen voor Socialisme te voorkomen dat hotel Krasnapolsky een zaal verhuurt aan de Amicales. In overleg met burgemeester Polak wordt een en ander geannuleerd.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 17

Het KMAN vestigt zich na de triomfen op het kabinet Van Agt bij voorkeur in alle wijken van Amsterdam als alleenvertegenwoordiger van de Marokkanen, maar dat blijkt nog niet zo eenvoudig, bij gebrek aan kader en achterban. Wel ontstaat er een vestiging KMAN Oost, in Ons Huis op Zeeburgerdijk 23. Vanuit hier tracht het KMAN Oost de Marokkaanse belangen in onder andere de Indische Buurt te behartigen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in 1979, waarbij een aantal slecht betaalde werknemers van het noodlijdende abbatoirbedrijf C.T.H. onder leiding van het KMAN voor loonsverhoging in staking. Alhoewel de staking uiteindelijk na enige schermutselingen tot een goed einde komt en loonsverhoging plaatsvindt, komt het spoedig tot een tweede staking, vanwege een door het personeel onterecht ervaren ontslag van een collega. Ook deze staking wordt na enige schermutselingen gewonnen. Jammer genoeg gaat het bedrijf C.T.H. bijna direct hierop failliet.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 16

De legalisering van de 182 kerkmarokkanen is een enorme triomf voor het KMAN. De links-intellectuele organisatie, die in feite weinig draagvlak onder de grote groep meer traditionele Marokkaanse gastarbeiders heeft, wint enorm aan prestige. Tot vandaag de dag is men dit in de Nederlands-Marokkaanse wereld nog niet vergeten. Toch blijft het KMAN een club van getrouwen, die zich goed aansluit bij de Nederlandse progressieve beweging maar bepaald niet representatief beschouwd kan worden voor de Marokkaanse arbeiders in Nederland. Toch zal ze zich, met behulp van Nederlandse progressieve partijen met name in Amsterdam steeds nadrukkelijker als alleenvertegenwoordiger van de groep presenteren.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 15

Alhoewel enige tienduizenden illegale werknemers zich tijdens het Den Uijl-pardon in 1975 weten te legaliseren, zijn er nog veel meer die op de een of andere wijze niet in aanmerking komen of zich niet aanmelden. Een klein deel daarvan gaat in hongerstaking. Dit zijn de beroemde kerkmarokkanen, die vanaf 4 oktober 1975 met 30 man in de Amsterdamse kerk de Duif neerstrijken. De Duif (eerder Sint Willibrord Binnen de Veste) heeft zich onder leiding van een groep parochianen in 1974 losgemaakt uit de Rooms Katholieke kerk en is als Oecumenische Basisgemeente voor zichzelf begonnen. Inzet van de staking is onvoorwaardelijke legalisering van alle illegale arbeiders in Nederland.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 14

Abdou Menebhi, de eerste voorzitter van het KMAN, is een gedreven en briljant actievoerder en organisator. Het blijft onduidelijk hoe een en ander exact tot stand is gekomen en welke partijen hierbij met elkaar gesproken hebben, maar na een aantal ontmoetingen besluit deze in Parijs werkzame activist naar Nederland te komen om daar het op te richten KMAN te gaan leiden.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 13

Hoe is het inmiddels in de Indische Buurt? Over de periode 1970-1975 is helaas vanwege het weggooien van het complete archief van de Tong Tong bij het opbreken van het welzijnswerk in de jaren 2000-2010 helaas weinig bekend. Wel wisten wij nog enige exemplaren op de kop te tikken uit de jaren 1971- 1973. In het eerste exemplaar van september 1971 lijkt nauwelijke enige aanwezigheid van Marokkaanse buurtbewoners aan te treffen te zijn. Er is bijvoorbeeld dan ook geen enkele allochtone inbreng in het door het Wijkcentrum in het Bavohuis georganiseerd buurtfestival dat van 26 september tot 2 oktober dat jaar loopt. Wel wordt opgemerkt dat de in de vorige Tong Tong aangekondigde aparte hooravond voor buitenlandse arbeiders niet door gaat.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 12

Met name vanaf de oliecrisis van 1973 is duidelijk dat er in Nederland geen behoefte aan nieuwe gastarbeiders meer is. De wervingscontracten worden stilgelegd. Het aantal nieuwe binnenkomers in Nederland lijkt echter niet af te nemen. Dat heeft niet alleen te maken met de enorme hoeveelheid illegale werkers, met name uit Turkije en Marokko, die zich inmiddels in Nederland gevestigd hebben, maar ook met het toenemend aantal gezinsherenigingen.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 11

DAR en het BAK, beide als alternatieve autochtone belangenorganisaties voor buitenlanders actief in Amsterdam, vergaderen regelmatig met andere vergelijkbare alternatieve clubs elders in het land. Samen geven ze een Informatie Bulletin werkgroepen buitenlandse arbeiders uit. De toon in het Informatie Bulletin is regelmatig nogal marxistisch van karakter. Met name de Leidse studentenvereniging NESBIC spreekt zich voortdurend zeer anti-imperialistisch uit. Voor revolutionaire veranderingen in Nederland lijkt hen de marxistische aanpak het meest geschikt, met inzet van de vakbonden; voor die in de thuislanden eerder een maoïstische aanpak.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 10

In Marokko is de situatie begin jaren zeventig erg gespannen geworden. Na de verdwijning van oppositieleider Ben Bella regeert Hassan II met ijzeren vuist en schaft hij de democratie in de praktijk af, terwijl van politieke gevangenen vaak niets meer vernomen wordt. Dit leidt tot steeds meer politieke onrust en demonstraties tegen zijn regime. In 1970 wordt voor de eerste keer een aanslag op Hassan II gepleegd, door kadetten van het leger. In 1972 vindt wederom een aanslag plaats.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 9

Het DAR, waarbij in 1971 al onze enige jaren overleden voormalige buurtgenoot Ron Haleber via de Marokkaanse sociëteit betrokken is — er zijn dan 71 leden – gaat bij de oprichting van het BAK, het Buitenlandse Arbeiders Kollektief, zeer bedachtzaam te werk. DAR ergert zich al enige tijd mateloos aan de Stichting Bijstand Buitenlandse Werknemers in Amsterdam, die te weinig activiteiten ontplooit en bovendien naast sociale ondersteuning nauwelijks belangstelling heeft voor de achtergronden, cultuur en thuislandsituatie van de buitenlandse werknemers wie belangen ze verondersteld wordt te dienen. Het BAK moet er voor gaan zorgen dat de buitenlanders het heft in eigen hand gaan nemen. De werkzaamheden moeten daarbij verplaatst gaan worden naar wijkniveau.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 8

Wanneer de huidige voorzitter van de UMMON, de Unie van Nederlandse Moskeeorganisaties in Nederland, in 1970 illegaal in Nederland arriveert, valt hem op dat er bij de in Nederland als gastarbeider werkzame Marokkanen weinig tot geen belangstelling is voor het geloof, de islam. Een poging het Koning Willemshuis in de Jordaan als gebedsruimte te gaan inrichten, faalt, en Echarrouti begint na eenmalig een ruimte op de Nieuwe Herengracht gebruikt te hebben, bij speciale gelegenheden gebedsvieringen in diverse pensions te organiseren.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 7

Ongetwijfeld zal er voor 1970 wel een enkele Marokkaan in de Indische Buurt hebben gewoond, maar ze zijn de redactie niet bekend. De echtgenoot van Habiba El Bouchaibi, die tegenwoordig op de Tirdorestraat woont, komt al in 1963 naar Nederland om in de kippenfabriek in Oostzaan te gaan werken. Nadat hij in eerste instantie een Nederlandse vriendin krijgt, trouwt hij in 1966 met Habiba en laat haar in 1970 overkomen. Het echtpaar heeft dan een woning op de Soembawastraat bemachtigd.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 6

Ook in Amsterdam zijn vanaf de jaren zestig Marokkaanse mannen werkzaam in diverse slecht betaalde banen. In verband met de mogelijkheid tot gezinshereniging is er inmiddels een netwerk van advocaten ontstaan dat zich met gezinsherenigingskwesties bezighoudt. Toch schrijft professor Wentholt in de slotbeschouwing van het in 1967 uitkomende congresverslag Buitenlandse arbeiders in Nederland dat er in Nederland geen behoefte aan een immigratiebeleid bestaat, omdat er simpelweg geen behoefte aan blijvende vestiging valt te verwachten.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 5

Aangezien het in eerste instantie niet de bedoeling was dat de arbeidsmigranten zich definitief in Nederland zouden vestigen, werd door de overheid dan ook nauwelijks iets aan sociale ondersteuning gedaan. Omdat de meeste buitenlandse arbeiders in de jaren vijftig uit katholiek Zuid Europa afkomstig waren, voelde met name de Rooms Katholieke Kerk zich aangesproken deze groep sociaal te ondersteunen. Zo wordt in 1957 in regio IJmond door het Bedrijfsapostolaat Hoogovens de Stichting Peregrinus opgericht, om de belangen van Italiaanse en Spaanse werknemers te behartigen. Ook elders ontstonden – praktisch altijd uit de kerk – belangenverenigingen van goedwillenden.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 4

Hoe werden de arbeidsmigranten in Nederland ontvangen? In eerste instantie was het duidelijk niet de bedoeling dat het verblijf in Nederland meer dan tijdelijk zou zijn. Daarom werden ook nadrukkelijk Italiaanse ongehuwde arbeiders geworven – die incidenteel met een Nederlandse vrouw trouwden en dan alsnog in Nederland konden blijven – en is er ook expliciet sprake van een verbod op gezinshereniging in Nederland.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 3

Wanneer Nederland na de Tweede Wereldoorlog tot wederopbouw overgaat, werken er ongeveer 30.000 buitenlandse arbeiders in het land, waarvan 10.000 zogenaamde grenswerkers – mensen die in Duitsland of België wonen, maar hun baan in Nederland hebben.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 2

Alvorens aan de geschiedenis te beginnen van de Marokkaanse gastarbeiders in Nederland en met name de Indische Buurt, hieronder (met dank aan Wikipedia) een kort overzicht van de relevante geschiedenis van Marokko.

Lees verder…

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt – 1

De geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt is een provocerende titel.

Lees verder…

Eerdere interviews en artikelen

2017 Bezoek Nasr Moskee
2017 Geschiedenis van de huidige polarisatie in Nederland
2017 De noodzaak tot categorale ondersteuning
2017 Een merkwaardige faseverschil bij de ontmoeting van twee concepten
2017 Het ene fundamentalisme tegen het andere fundamentalisme
2017 Interview met Mellouki Cadat
2016 Interview met Leo Nederstigt
2016 Interview met Rob van Veelen
2016 Laïcité en de Wild East
2016 Interview met Gerard van Beusekom
2016 Boeken in de Javastraat
2016 Interview met Mustapha Khadarri
2016 Intervieuw met Abdou El Khatabbi
2016 Interview met Ahmed El Mesri
2016 Interview met Jan Beerenhout
2016 Interview met Ahmed Marcouch