Interviews en artikelen

Interview met Jan Beerenhout

Beste Jan, jij bent lange tijd , bijna 20 jaar, voorpostambtenaar in de Indische Buurt geweest. Bedankt dat ik je mag interviewen. Kun je iets over jouw Voorpost vertellen?

In 1970 ontstond het idee van de voorpostambtenaar. Onze voorpost was een gebouwtje voor de Ambachtschool aan het Timorplein van ongeveer 140 m2, best een grote ruimte voor 1 ambtenaar. De voorposten werden ingericht na de instorting van een gebouw in de Vijzelstraat. De gemeente kwam er achter dat ze maar slecht op de hoogte was van wat er zich in de buurten allemaal afspeelde. De CPN bood trouwens grote tegenstand tegen de Voorposten, omdat ze de indruk hadden dat ze zelf in de buurten vertegenwoordigden.

In het begin waren de Dapperbuurt en de Indische Buurt 1 voorpostgebied. Later werd dat gesplitst. Ik heb zelf mijn opvolger in de Dapperbuurt opgeleid en toen ben ik in de Indische Buurt gaan zitten; daar hoorde trouwens ook het Oostelijk Havengebied bij, inclusief het water. Dat werd dan weer wel beheerd door de politie te water in Lelystad, maar het hoorde tot de gemeente Amsterdam. Er werkten een paar honderd gemeente- provincie- en waterschapsambtenaren voor de Indische Buurt en die gebruikten de voorpost allemaal wel eens als kantoor. Het was een mooie tijd en lang voordat het onzalige idee opkwam om Stadsdelen op te richten.

Lees verder…

Interview met Gerard van Beusekom

Beste Gerard, fijn dat ik je mag interviewen. Kun je iets iets vertellen over je ouders en hoe ze in de Indische Buurt terechtkwamen?

img_20160917_130738756_hdrIk ben geboren op 31 juli 1935 in de Nieuwe Leliestraat. Ik ben een Jordanees die is opgegroeid in de Indische Buurt. Mijn vader kwam op straat te staan omdat de zaak waarin hij werkte, het Oliepakhuis, een drogisterij, failliet ging. Wij woonden daarboven. Het Oliepakhuis was eigendom van een oom van mij die het in Indie gemaakt had en met veel geld en een alcoholprobleem terugkwam. Hij heeft toen drie drogisterijen gekocht, had geen diploma’s maar had zetbazen met een diploma. Mijn zus is daar geboren in 1931 en ik in 1935. Door dat alcoholprobleem ging de zaak failliet.

Mijn ouders konden toen goedkoop huren in de Indische Buurt in de Palembangstraat: gratis wonen voor de eerste 2 weken en nieuw behang. Mijn moeder kwam op in 1921 als 17-jarig Duits dienstmeisje in Amsterdam te werken. Haar zusje werkte er al en kwam later nog in de Gorontalostraat te wonen. Mijn moeder kwam mijn vader tegen op dansles. Mijn vader woonde in de Pieter Nieuwlandstraat en kwam uit een groot katholiek gezin. Hij is van zijn geloof afgevallen toen hij een paar broodkruimels had gegeten voor zijn Eerste Communie. Juist omdat zijn moeder aangaf dat dat niet zo erg was, sloeg de twijfel toe. Mijn moeder is ook katholiek opgegroeid maar had ook geen verbinding meer.

Lees verder…

Interview met Mellouki Cadat

foto-melloukiMellouki komt binnen en loopt meteen naar de boekenkast. Hij is net verhuisd van de Zeeburgerdijk naar de Realengracht omdat hij vorig jaar getrouwd is, en heeft twintig dozen boeken in de opslag gezet. Hij is duidelijk een enorme boekenliefhebber. Na enige tijd duikt hij weer op, is de koffie gezet en kan het interview beginnen.

Hallo Mellouki, fijn dat ik je mag interviewen. Mijn eerste vraag is: hoe heet je nu eigenlijk? Ik ken je als Mellouki, soms zie ik Brieuc-Yves Cadat en de laatste tijd ook Cadat-Lampe. Vertel eens hoe dat zit…

Brieuc-Yves is mijn Bretonse voornaam. Cadat is mijn vadersnaam, en Mellouki is de roepnaam die ik mezelf vanaf mijn 24e gaf, een verwijzing naar mijn Algerijnse wortels. Ik heet Cadat-Lampe sinds dat ik vorig jaar de naam van mijn echtgenote overnam. In Nederland mogen mannen dat sinds 1998 doen. Voor mij een vorm van emancipatie.

Lees verder…

Interview met Mustapha Khadarri

Mustapha Khaddari is adjunct-directeur en lokatieleider van de J.P. Coenschool in de Balistraat. De J.P. Coenschool is de laatste jaren een steeds prettfoto mustapha 1 sep 2016iger omgeving geworden met een steeds bredere mix van leerlingen. We vroegen meester Mustapha Khaddari naar het geheim van zijn sukses en zijn achtergronden.

Beste Mustapha Khaddari, kunt u ons vertellen hoe en wanneer u in de Indische Buurt bent terechtgekomen en kunt u ons ook iets over uw achtergronden vertellen?

Ik ben in augustus 1988 in de Indische Buurt gearriveerd. Ik ben in Chefchaouen geboren. Chefchaouen is een prachtige stad in het noordoosten van Marokko.  De stad werd in 1492 gesticht door Andalusische families uit Spanje. Het is een heel relaxte stad.

Het mooiste aan Chefchaouen is dat alle gebouwen en huizen hemelsblauw zijn geverfd. Hierom wordt Chefchaouen ook wel het Blauwe Paradijs  genoemd. Er valt helder berglicht op de stad, die waardoor je continu een magisch gevoel krijgt. Het bescheiden centrum met de pittoreske Medina en het schitterende Rifgebergte op de achtergrond maken de stad helemaal af.

Lees verder…

Interview met Abdou El Khatabbi

Goedenmiddag mijnheer el Khatabbi, dank u dat u ons dit belangrijke interview toestond. Kunt u iets vertellen over uw rol bij de Marokkaanse Raad Zeeburg?

aekJa. Om te beginnen wil ik aangeven dat het voor onze achterban belangrijk is om te begrijpen wat een democratie precies is, hoe die functioneert in Nederland. De verkiezingen in Marokko verlopen bijvoorbeeld niet altijd even eerlijk. Daar bestaat dus geen zonder meer positief beeld van. En dan heb je ook nog het probleem met allerlei verschillende groepen in het land. Zelf ben ik afkomstig uit Tetouan. Ik ben Amazigh, een oorspronkelijke Berber. Het is dan niet altijd even gemakkelijk om een gemeenschappelijk verhaal te maken.

Je moet het zo zien. Iemand uit onze achterban weet vaak alleen de Dappermarkt te vinden en de moskee. Zo maakt hij elke dag zijn driehoekje en gaat dan weer naar huis. Hij leest geen kranten en volgt het nieuws niet. Hij gaat maar eens een beetje roddelen.

Er is een grote groep die helemaal niets te doen heeft. Ze vinden het een prachtige wijk en willen, op een enkeling na, graag blijven wonen. Ze hebben niet voldoende ontwikkeling om naar Marokko terug te gaan en daar te slagen. De problemen in Marokko zijn alleen maar groter geworden. Er is niet voldoende vertrouwen in het land om terug te keren. De kinderen en de kleinkinderen wonen hier, en die gaan zeker niet meer terug naar Marokko. En daarom willen de moeders ook niet meer terug. Dat is wel het grootste probleem. Die willen contact houden met hun dochters. Vader wil wel terug, maar de moeders willen blijven. Er zijn er wel die teruggaan; die zijn gehoorzaam aan hun man.

Lees verder…

Interview met Ahmed Marcouch

Hallo Ahmed, we kennen elkaar nog van de tijd dat je voor Stadsdeel Zeeburg en we samen een bijeenkomst organiseerden naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh. Jij was toen vertegenwoordiger van de UMMAO. Kom je nog wel eens in de Indische Buurt?

8022_13Ja, voor mij is dat heel veel nostalgie. Ik ben nog wekelijks in de Indische Buurt, bij de kapper of ik bezoek een winkel. Het was mijn eerste stadsomgeving en ik heb er nog veel goede herinneringen aan.

Ik kwam in 1979 met mijn familie naar Amsterdam, rechtstreeks uit een klein plattelandsdorp in de Rif, een geisoleerd en onderontwikkeld gebied, waar ze Tamazight spraken en er nauwelijks voorzieningen waren. De Marokkaanse regering heeft lange tijd een bewuste politiek gevoerd om het gebied te laten boeten vanwege het feit dat ze in opkomst waren gekomen tegen Mohammed V. De mensen die in Amsterdam Oost kwamen waren in feite oorlogsgetraumatiseerd. Jonge mannen werden seksueel misbruikt, mensen werden gedood, mensen werden vernederd. Dit werd grootschalig naar buiten verzwegen, maar had een grote impact. Er wordt trouwens nog steeds niet over gesproken. Nog niet zo lang geleden is er een documentaire geweest waar slachtoffers aan het woord kwamen, zoals onder andere de vader van Abdou El Khatabi. Vernedering. Deze mensen zagen Europa als een uitweg. In feite waren het politieke vluchtelingen, onderdrukt door het Marokkaans regime, de autoritaire staat.

Lees verder…

Interview met Ahmed el Mesri

Hoe lang woon je al in de Indische Buurt?aem

Ik ben in feite al betrokken bij de Indische Buurt sinds ik hier voor de eerste keer, in 1976 op 16-jarige leeftijd kwam te wonen op Halmaheirastraat 67. Dat pand zou later gesloopt worden. Het was midden in de hippietijd.

Waar komt je familie vandaan?

Ik ben uit Tetouan afkomstig, uit een gezin van twee meisjes en vijf jongens. Mijn vader dreef handel in Ceuta en ik had een toeristenwinkeltje in Tetouan met spullen uit Ceuta. Dus ik deed daar wel wat internationale ervaring op. Toen ik in Nederland aankwam sprak ik al Frans, Spaans en Engels. Ik was op dat moment op een soort wereldreis en trok in Europa rond. Later ging ik naar de DSVO om ook Nederlands te leren, ergens bij de Marnixstraat.

Ik reisde in die tijd in het rond en was behoorlijk onrustig. Amsterdam trok. Voordat ik in de Indische Buurt terechtkwam, woonde ik in de Jordaan, in de tuinstraat. Ik had in die tijd ook geen sterke betrekking op de Marokkaanse gemeenschap in Nederland. Daar paste ik niet zo bij. Ik ging wel eens naar een theehuis, maar het zei me persoonlijk allemaal niet zoveel. Het waren in die tijd meest omgeschoolde mensen van het platteland en de bergen. Onder elkaar was er ook veel discriminatie. Mijn vrienden waren meer Engelsen, Fransen, Duitsers, Hollanders etc.

Lees verder…

Interview met Leo Nederstigt

“Mijn vader zei tegen zijn kinderen: leef zo goed mogelijk en houdt dat de kinderen voor, dan komt het wel goed. En bid voor je priesterbroers, dat ze hun taak naar behoren vervullen.”

leo1.pngWanneer ik arriveer in de woning van Rooms-Katholiek pastor Leo Nederstigt in de Roomtuintjes, tref ik daar behalve Leo drie andere mensen aan, die net op het punt van vertrekken staat. Nadat we kennis gemaakt hebben en we alweer afscheid van elkaar moeten nemen, blijf ik met Leo achter.

Dag Leo, bedankt dat ik je mag interviewen voor www.indischebuurt.nl. Waar ben je op het ogenblik mee bezig?

We hebben al 27 jaar een gebedsgroep, mensen met hetzelfde patroon. Eerst gaan we eten, dan om de beurt de gebedsdienst voorbereiden. We doen dat eens in de twee weken, met zijn vieren: Anneke, Hans, Jaap en ik. Anneke en Hans zijn al meer dan 20 jaar lid. We doen dat eens in de twee weken rond etenstijd. Om de beurt bereiden we zo’n dienst voor met eigen liederen en teksten van de zondag. We bidden samen en steken daar een kaarsje bij aan

Hoe ben je hier zo terechtgekomen, als pastoor van de Indische Buurt en Oosterparkbuurt, de Anna-Bonifatius, Gerardus Majellaparochie? Ik heb begrepen dat je de buurt al heel lang kent.

Ja, dat klopt. In 1973 was ik klaar met mijn studie. Ik dacht er wel aan om priester te worden maar ik wilde alleen priester binnen een gemeenschap worden. Ik vond die gemeenschap heel belangrijk. De kloosters waren in die tijd al op drift, dus dat durfde ik niet zo goed aan. En toen kwam ik in de Indische Buurt terecht. Jan Koeleman, Henk Baars, pastoor Voorbij, de deken Ben Peters (sub-deken in Amsterdam Oost), Ben Dieker, Chris ’t Mannetje en Rinus van Rijn.. Op het Ambonplein in de pastorie zaten er een stuk of acht, met een huishoudster. Het bisdom wilde het graag, die leefgroep. Na een jaar werken als pastorale werker kon je priester worden gewijd.

Lees verder…

Interview met Rob van Veelen

img_20161021_170155139

Dag Rob, welkom. Fijn dat je langs wilde komen voor dit interview voor www.indischebuurt.nl. Je bent onlangs gestopt met het participatiemakelaarschap en bent nu tot eind van het jaar nog adviseur van de Gemeente. Daarna ga je met pensioen. Je hebt je de afgelopen jaren uiterst intensief ingezet voor de Indische Buurt? Waar ben je op het ogenblik mee bezig?

Ik ben aan een boek begonnen. Het is een essay, van een pagina of 20. Het gaat over de veranderingen in de Indische Buurt, de mensen die daar een rol in hebben gespeeld, waarom, de beweegredenen, wat het heeft opgeleverd, wat mijn eigen rol daarin is geweest als verbinding tussen de wijk en de lokale overheid. En welke lessen ik er uit trek. Ik noem ook wat keerzijden. Het boek moet af zijn op 20 december, want dan is het afscheid van van de lokale overheid. Ik heb wat meelezers, uit de ambtenarij, politiek en de wijk.

Ik had het eerder allemaal al opgeschreven als momenten van reflectie. Dat heb ik altijd ingelast in mijn leven, die momenten van reflectie.

Ik denk dat het boek relevant kan zijn, voor de politiek, omdat ik midden in de samenleving heb gestaan en de maatschappelijke krachten van dichtbij heb gezien. Het zijn veel verhalen, maar verhalen die ook belangrijk zijn voor de politiek. En het is ook een cadeautje. Ik wil de wijk iets teruggeven nu ik afscheid neem in december. Of het voor anderen dan de enge kring rondom mij relevant is, dat laat ik aan de meelezers over. Er zijn wel mensen die denken dat de samenvatting aan een aantal tijdschriften kan worden gestuurd.

Wat motiveert je om zo intensief met de Indische Buurt bezig te zijn?

Mijn goede vader zei altijd: Ken uzelve. De mooiste opdracht is om dat te onderzoeken. Voor zover ik het zelf kan overzien zijn een aantal motieven leidend, waarvan een van de belangrijkste toch wel is politiek idealisme. Ik ben vroeger ook politiek actief geweest bij demonstraties. De staatsgreep in Chili, de oorlog in Vietnam, het Franco-regime, daar demonstreerden we allemaal tegen. Ik heb zelfs nog wel een dag in de bak gezeten vanwege affiches met ‘Spanje en Portugal uit de NATO’. Dat was in ongeveer 1968 of 1969. Ik zat toen op het Van der Waalslyceum in het Oosterpark.

Lees verder…

 

ARTIKELEN

2017 Bezoek Nasr Moskee
2017 Geschiedenis van de huidige polarisatie in Nederland
2017 De noodzaak tot categorale ondersteuning
2017 Een merkwaardige faseverschil bij de ontmoeting van twee concepten
2017 Het ene fundamentalisme tegen het andere fundamentalisme
2016 Laïcité en de Wild East
2016 Boeken in de Javastraat