Stolpersteine

In de Indische Buurt zijn in de Tweede Wereldoorlog meer dan 550 Joodse inwoners door de nationaal socialisten weggehaald en vermoord. De namen van de bewoners per straat zijn hier te lezen.

Het project Stolpersteine Indische Buurt streeft er naar om op termijn voor een zo groot mogelijk aantal vermoorde Joodse inwoners een zogenaamde Stolperstein – een ‘struikelsteen’ – te plaatsen. Stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nationaal socialisten vermoord zijn voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hieronder treft u een voorbeeld aan van dergelijke Stolpersteine.

kleerekoper

De eerste Stolpersteine in de Indische Buurt zullen naar verwachting in 2018 in de Indische Buurt worden geplaatst. In die periode zal ook een scholenproject worden gegeven rond de vermoorde Joodse Indische Buurt.

Rogier Schravendeel is de trekker van dit project. Het Comite van Aanbeveling bestaat uit Marleen Blootens, predikant Elthetokerk, Ahmed El Mesri, voorzitter Assadaaka en Rob van Veelen.

Stolpersteine IB

Wilt u ook een bijdrage aan de organisatie van het project leveren, dan kunt u contact opnemen via schravendeel.r@gmail.com.

Voor het project Stolpersteine Indische Buurt is inmiddels een rekeningnummer geopend. U wordt van harte aanbevolen uw donatie voor dit project te doen op NL 31 INGB 0650 6045 55 t.n.v. R. Schravendeel, onder vermelding van Stolpersteine Indische Buurt. Het plaatsen van een Stolperstein kost 120 euro.

NB Voorlopige beperking aantal Stolpersteine tot 20

In verband met de te verwachten productietijd en het plaatsingsbeleid van de kunstenaar hebben wij besloten het aantal centraal aan te vragen struikelstenen voor de Indische Buurt vooralsnog te beperken tot maximaal twintig. We streven ernaar in overleg met andere partijen de overige slachtoffers van de Jodenvervolging in de Indische Buurt op een alternatieve manier te herdenken. Dit zal vermoedelijk in de vorm van een herdenkingsuitgave plaatsvinden.

TUSSENSTAND

Datum                      Bedrag      Aantal donateurs       Stolpersteine
Maandag 24 april           € 284,67                   6                   2
Vrijdag 28 april           € 814,62                  15                   6
Vrijdag 5 mei            € 1.016,77                  27                   8
Woensdag 10 mei          € 1.506,77                  33                  12
Maandag 15 mei           € 1.531,77                  34                  12
Donderdag 18 mei         € 1.716,77                  36                  14
Vrijdag 26 mei           € 2.226,77                  37                  18
Woensdag 31 mei 2017     € 2.231,77                  37                  18
Dinsdag 6 juni 2017      € 2.356,77                  38                  19
Donateurs

Gertruud Alleman
Fam. Alleman-Wegdam
J.M. Alleman
W.C.A. Alleman
H.J. Batist
Lenie Bruynzeel
Brieuc-Yves Cadat
Fam. Beekes-de Meester
G.P.A. Deen
J. Dekker
Louise Diepgrond
Fa. Doevendans-de Ruijter
A.E. Fuks
M.C. de Groot
C.J. Haverkort van Wijngaard
M.E. Heidemann
Marion Kas-Cohen
Fam. Kaus-Van Bergen
N.N.
J.A. de Nooij
Maartje van den Noort
G.H. van Oenen
L.M. van Riessen
Fa. Schmidt-van Poelgeest
M. Schouten
Rogier Schravendeel
Fam. Schravendeel-Roos
P. Schwarzkachel-Amat
A.H. Siepel
Maxime Smit
V.M. Storm van 's Gravesande
Fam. Taubman-Wolfs
Henny van Termeij
A. de Vries
I.F. de Vries-Nuding
Fam. Wattell-Vermeulen
M.J. van Wonderen
M.J.L. Wouters

Stolpersteine zijn aangevraagd en zullen worden geplaatst in onderstaande volgorde:

Eerste Atjehstraat 40-huis

1. Levie Vuisje, koopman, Amsterdam, 6 januari 1877, Auschwitz, 28 september 1942

levievuisjeLevie Vuisje was voddenboer en inkoper in de Indische Buurt en stond met ongeregelde waren op Uilenburg. Achter zijn woning op de Eerste Atjhehstraat 40-huis sorteerde hij de ingezamelde kleding. Levi Vuisje speelde een belangrijke rol bij de Joodse buurtvereniging Rechouwous. Lange tijd was hij voorzitter. Zijn vrouw en zonen vulden ook diverse rollen in bij Rechouwous.

Vuisje en echtgenote2. Eva Vuisje-Catsiohn, Amsterdam, 1 juli 1876, Auschwitz, 28 september 1942

Eva Vuisje-Catsiohn speelde ook een belangrijke rol in de Joodse buurtvereniging Rechouwous.

Op de foto hiernaast is zij te zien met haar echtgenoot Levie Vuisje.

1939 ies in Spanje.jpg3. Isaäc Simon van Bergen, bakker, Weesp, 5 juli 1906, onbekend, 31 maart 1944. Isaäc Simon van Bergen, die in de Spaanse burgeroorlog een arm verloren had, verrichte verzetswerk voor de C.P.N. en werkte mee aan de illegale communi­sti­sche krant de Waarheid. Op 28 augustus 1941 werd hij in Amsterdam opge­pakt en raakte via Amersfoort en Buchenwald naar Auschwitz. Van Bergen woonde op de Halmaheirastraat 4-twee hoog. Bijgaande foto werd in het Komsomol-archief in Moskou teruggevonden.

In 2017 werd in museum het Perronhuisje een tentoonstelling georganiseerd over Ies van Bergen en zijn dochter Chaja.

Verdoner4. Samuel Verdoner, laatste voorzanger (Gazzen) van de buurtsynagoge van de Indische Buurt, Amsterdam, 25 oktober 1911, Auschwitz, 12 oktober 1944. Samuel Verdoner was bij zijn transport naar Auschwitz getrouwd en had twee kleine dochtertjes. Samuel Verdoner was oorspronkelijk afkomstig uit Betondorp en heeft nooit in de Indische Buurt gewoond.

5. Marie Verdoner – Wagenaar, Amsterdam, 21 augustus 1914, Auschwitz, 12 oktober 1944

6. Nannie Carry Verdoner, Amsterdam, 21 februari 1940, Auschwitz, 12 oktober 1944

7. Carry Josephina Verdoner, Amsterdam, 26 mei 1942, Auschwitz, 12 oktober 1944

De familie Verdoner woonde op Linnaeuskade 33-boven, maar zullen vanuit de Indische Buurt herdacht worden.

8. Israel Rodrigues, drogist, op Eerste Atjehstraat 98, Amsterdam, 29 decem­ber 1888, Auschwitz, 28 januari 1944

9. Sara Rodrigues-Roodenburg, op Eerste Atjehstraat 98, Amsterdam, 16 augustus 1894, Auschwitz, 28 ja­nuari 1944

10. Samuel Rodriques, magazijnbediende, op Eerste Atjehstraat 98,  Amsterdam, 18 januari 1925, Auschwitz, 31 mei 1944. Samuel Rodrigues zat op de Elthetoschool in de Riouwstraat, o.a. bij juffrouw Lente. Willem F. van Breen schrijft over Samuel in zijn autobiografi­sche boek De Laatste winter, over zijn jeugd in de Indische Buurt:

Samuel Rodrigues was een vriendje van mij. Wij woonden beiden in de Atjeh­straat […] Hij was een joods jongetje, geboren op 18 februari 1925, dus krap een maand ouder dan ik. Broertjes of zusjes had hij niet. We speelden al heel erg vroeg met elkaar, want ik kan me herinneren dat hij erg jaloers op mij was toen ik hem mocht meenemen om hem mijn pas geboren zusjes te laten zien. Wij wa­ren toen zes jaar oud. Zijn vader dreef een klein drogisterijtje tegenover het driehoekige pleintje waar zowel de 1e als de 2e Atjehstraat op uitkwamen. […] De familie Rodriques was van Spaans-Joodse afkomst en volledig in de Neder­landse samenleving geïntegreerd. […] De familie Rodriques was geboren en ge­togen in Amsterdam en sprak het Amsterdams met het welluidende en overbe­kende joodse accent, dat zich zo grif leende om de humorvolle zelfspot van de Joden te doorspekken. Vooral als zij moppen vertelden over hun eigen ras. […] Joden aten veel kip en vis. Vlees werd veel minder gegeten en dan zeker geen varkensvlees dat onrein en dus niet ‘koosjer’ was. Als ik thuis kwam van een mid­dagje spelen bij Samuel riep ik al bij de voordeur dat ik weer ‘kibbesoep’ gegeten had. Als kind sprak ik, door mijn omgang met joodse kinderen, zeer gemakkelijk met een joods-Amsterdams accent. […] De vader van Samuel was klein van stuk en een beetje gezet. Hij had altijd een grijze pet op en een grijs gestreept flodderig dasje aan. Daaronder droeg hij een overhemd zonder boord en uiter­aard zonder das. Die (losse) boord ging alleen om als het sabbat was. […] Meneer Rodrigues had zijn pet altijd op; in de winkel, in de huiskamer en ‘s morgens bij het ontbijt als ik Samuel kwam halen om naar school te gaan. Op Sabbat had hij zijn pet niet op. Dan droeg hij een boord het een das op zijn overhemd. […] Me­vrouw Rodrigues vroeg mij wel eens om op Sabbat het uitgewaaide gas aan te steken en dan zag ik de vader van Samuel in zijn zwarte pak. Zelfs het gas aan­steken was voor gelovige Joden op sabbat verboden en ze riepen daarvoor de hulp in van “christenen”. […] Aan de vele buitenspelletjes, die ver verwijderd uit de buurt plaatsvonden, nam [Samuel] niet veel deel. Zijn moeder wilde haar enige zoon onder gezichtsbereik houden om hem – indien nodig – te beschermen tegen kwaad of onheil. […] Als ik hem vroeg of hij mee ging naar de Diemerzee­dijk om te spelen of te voetballen op het opgespoten land achter het oude joodse kerkhof, zei hij altijd: “Ik mag niet zo ver weg van mijn moeder.” […] In de eer­ste jaren van de oorlog kwam ik nog eens vanuit Diemen in mijn oude buurt terug. Samuel en zijn vader en moeder waren verdwenen. De winkel was gesloten. Door de etalage was te zien dat alle inboedel er uit was gehaald. De toonbank stond er nog; de laden hingen leeggeplunderd half uit de kastwand. Het olievat lag op zijn kant. Ongetwijfeld zal de laatste druppel olie er zijn uitgehaald. De deur naar de kamer stond open en aan de spijker aan de deur hing een grijs gestreept flodde­rig jasje. Er hing geen pet. Onder de bescherming van zijn moeder zal Samuel zich hebben gemeld op de door de Duitsers uitgekozen verzamelplaats in de Joodse Hollandse Schouwburg aan de Plantage. De schamele bezittingen die ze mochten mee nemen in een rieten kof­fertje en in een rugzak gepakt; haastig bijeengeraapt. Verder als die verzamelplaats zal zijn moeder hem niet hebben kunnen beschermen. Jongens van zijn leeftijd – hij moet 15 of 16 jaar geweest zijn – kregen een plaats in het mannenkamp. Of hij daar zijn vader nog heeft gezien, is niet bekend en niet waarschijnlijk. Mijn jeugdvriendje Samuel is op 31 mei 1944, op 19-jarige leeftijd in Auschwitz vermoord. 

Samuel Rodrigues zit op onderstaande foto op het eerste bankje links.

samuelrodrigues.jpgDe familie Rodrigues woonde op de Eerste Atjehstraat 98 en voerden drogist Roodenburg. Mevrouw van Termeij die tegenwoordig in het Flevohuis woont heeft deze familie nog gekend.

11. Hartogh de Rooij, venter, Amsterdam, 17 maart 1878, Auschwitz, 23 november 1942

Hartogh de Rooij woonde op de Gorontalostraat 24-II.

12. Esther de Vries-Root, Amsterdam, 17 mei 1882, Sobibor, 26 maart 1943

Esther de Vries-Root woonde op de Eerste Atjehstraat 115-II.

13. Louis Sarfaty, Amsterdam, 20 februari 1917, Auschwitz, 31 januari 1943

Louis Sarfaty woonde op de Makassarstraat 13-I.

14. Mathilda Sarfaty-Pach, 2 december 1913, Auschwitz, 12 oktober 1942

Mathilda Sarfaty woonde op de Makassarstraat 13-I.

15. Isaäc Pach, Amsterdam, 23 april 1885, Diemen, 14 september 1940

Isaäc Pach woonde op de Makassarstraat 13-I.

16. Mirjam Pach-Koort, Amsterdam, 12 november 1885, Auchwitz, 12 oktober 1942

Mirjam Pach-Koort woonde op de Makassarstraat 13-I.

17. Louis Cohen, diamantzager, Amsterdam, 4 februari 1904, Bergen-Belsen, 31 mei 1945

Louis Cohen woonde op Sumatraplantsoen 49-II.

18. Duifje Gans, Amsterdam, 13 juni 1933, Auschwitz, 6 september 1944

Duifje Gans woonde op de Bataviastraat 38-II.

 

NB Voorlopig zullen niet meer dan 20 Stolpersteine worden aangevraagd. Vanwege het aandachtig productieproces van de kunstenaar en het enorme aantal Europese aanvragen ligt het in de verwachting dat aanvragen 7 t.m. 20 mogelijk pas na 2022 geplaatst kunnen.

Tot meer duidelijkheid bestaat over het vervolg van het project zullen daarom in eerste instantie niet meer dan 20 Stolpersteine voor de Indische Buurt centraal worden aangevraagd. Het staat verder een ieder uiteraard vrij om op eigen gelegenheid een Stolperstein aan te vragen.